woensdag 2 mei 2018

Kranig




Onlangs kwam een vriendin bij ons op bezoek. Zij is geboren in Japan en was net terug van een vakantie in haar geboorteland tijdens de kersenbloesemtijd. Wat moet dat zovele malen mooier zijn dan die stoffige pollenbomen hier bij ons in de straat. Bij binnenkomst overhandigde zij me een plat pakje. Een kaart dacht ik, maar nee het bleek een pakje papier. Oh leuk, origami! zei ik verrast en meteen doemden gevouwen peper-en-zoutstelletjes, tulpjes, doosjes, hartjes, ballonnetjes, parasolletjes en wat ik al niet meer heb zitten vouwen in mijn eczeem-periode als ik moest wachten tot alle zalf in mijn lijf was getrokken. Maar nee, ze draaide de verpakking om, zodat een ikea-handleiding zichtbaar werd. Oh nee natuurlijk niet, da’s Zweeds…


Hoe dan ook: De Kraanvogel, in Japan het symbool voor geluk en een lang leven. Maar ook van trouw en eer, gerechtigheid en boodschappers van wijsheid. Als iemand volgens de Japanse traditie duizend papieren origami kraanvogels vouwt, zal zijn wens tot gezondheid in vervulling gaan. Sinds de dood van Sadako Sasaki, slachtoffer van de atoombom op Hiroshima, geldt dit ook voor een wens tot vrede. Sasaki overleefde in eerste instantie op tweejarige leeftijd de gevolgen van de atoombom, maar kreeg toen zij elf jaar was alsnog leukemie als gevolg van. Volgens de traditie is zij toen duizend kraanvogels gaan vouwen terwijl zij vurig wenste voor wereldvrede en het einde van al het lijden.
Dat was nogal wat, wat ik daar zomaar in mijn handen kreeg… Stof tot nadenken en stil worden.
Een schone taak voor mij om mee aan de slag te gaan!

De volgende dag begon ik met wat proefpapiertjes aan de plattegrond die voor me lag… daar kwam ik toch echt niet uit. Maar, oefening (en hardop mopperen) baart kunst en ja: YouTube ook ;-) Mijn Japanse washipapier heb ik in vieren gedeeld, zodat ik veertig kraanvogels uit het pakketje kon vouwen. Nou, dat is alvast een mooie start. Zou dat in ieder geval al voldoende zijn voor een beter horend rechter oor?


Ik heb geen idee hoe lang ik erover ga doen. Don heeft voor me berekend dat als ik er iedere dag vier zou vouwen, ik er dan aan het eind van het jaar duizend af heb. Maar ach, het maakt niet uit hoe lang of hoe snel: It’s the thought that counts en bovendien Hoop Doet Leven. Toch?




Kraanvogel voor wie wil meevouwen....   ;-)

dinsdag 1 mei 2018

ik wilde alleen maar....



Vorige week had ik even telefonisch contact met de longconsulente. Ik merk dat mijn
longen langzaam maar zeker weer auditie aan het houden zijn voor een fijn philharmonisch orkest.
Ik wilde alleen maar even vragen of het akkoord was als ik een dosis extra van mijn inhalator mocht gebruiken. Het werd nogal serieus opgevat. Zou u voor ons een verslagje kunnen schrijven? Ja dat kon ik wel. En dan opsturen naar… Ehm...tsja...naar waar ook al weer, zo bedacht ik mij vanmorgen.
Dus belde ik vanmorgen alleen maar om te vragen waar het verslag naar toe moet. Andere stem, andere consulente. Ik kijk het even voor u na mevrouw, gaat het inmiddels al wat beter met u? Nou, niet echt, ik merk dat ik per dag weer meer ga piepen – dat staat ook in mijn verslag. Oh, maar dan raadpleeg ik liever even de arts. Ik bel u zo terug.

Ik werd terug gebeld. Of ik toch maar ‘even’ langs wilde komen, om erger te voorkomen. Maar natuurlijk. En zo werd er voor de zoveelste keer deze week in mijn arm geprikt om bloed af te nemen voor een onderzoekje. Na een uurtje wachten moest ik mij melden bij de longconsulente.
Weer een andere, zeg hoe groot is die harem daar eigenlijk? Mag ik even naar uw longen luisteren? Ja hoor doet u maar. Zo zo, nou nou… u piept wel he? Een beetje ja. Hm…. Getik op het toetsenbord van haar PC..mompelmompel… Waarom krijgt u geen Xolair? Dat weet ik niet, ik dacht dat het geen zin had in mijn geval. O? Nou dan wil ik toch even met de arts overleggen, hij is er wel maar heeft geen spreekuur. Ogenblikje, zo terug….

Tiktaktiktak…

Daar ben ik weer. De arts wil toch dat u een stootkuur prednison gaat gebruiken, ik schrijf even een receptje. Mijn luid protest nee-nee-dat-wil-ik-echt-niet-hoor, wordt weggewimpeld. Heus mevrouw, het móet nu even. Ja, dat ken ik! Zo gaat het al jaren: het móet iedere keer opnieuw en ik heb er geen zin meer in (ik ga nog net niet stampvoeten) Tegelijkertijd begrijp ik ook wel dat het anders drastisch uit de hand gaat lopen met die eigenwijze longen van mij...dus neem ik toch braaf het recept aan. De arts belt u zelf donderdag a.s. om met u door te nemen hoe we u verder gaan behandelen, dan zijn ook alle uitslagen er. Een blaastest om de ontstekingswaarden in de longen te bepalen volgt en daarna sta ik weer op de gang.

Inwendig mopperend duw ik nijdig mijn rollator voor me uit en ram een prullenbak in de hal. Stom, wie zet zo’n ding nou precies daar. Als ik er omheen manoeuvreer valt mijn oog op een tassenrek bij een cadeaushop. Volgens mij heb ik best een reden om even te neuzen ;-)
Een hartelijke dame, net iets te zongebruind, net iets te felle lippenstift, net iets te hoog getoupeerd kapsel zegt met een net iets te Rotterdams accent: “leuk tassie he? Mooie kleur, ken overal bij” Ze haalt een lentegroen exemplaar van het rek. “Kijk! Weetu wat nou zo leuk is? Hier van binnen zit ook nog een kluts. Hebbie d’r dubbel plezier van. Hahaha, jatoch, niettan?” Ik schiet in de lach. Een Kluts??? “Ja kijk, met zo’n kettinkie, klein tassie-je weet wel, handig toch”
Ik word ter plekke helemaal vrolijk van dat mens en van die tas. Doe mij die kluts dan maar….want de mijne ben ik allang kwijt...


maandag 23 april 2018

Mat gezet


Zo, ik weet nu ook hoe een ambulance er van binnen uit ziet. En voelt. Ieder hobbel-en-bobbeltje.
Niet fijn met pijn.

Watskebeurt?
Gistermiddag zat ik nog met mijn laptop in de tuin van ons appartementencomplex. Dat was toen al met iets meer zeurende buikkrampen dan in de ochtend toen ik mijn bed uitstapte. Nu heb ik af en toe wel meer van die krampjes, meestal in de avonduren. Warm kruikje op mijn buik, mijn bed in en dan trekt het wel weg. Maar gisteren voelde het anders. Het leek wel of met het uur de pijnen heviger werden. Op het laatst ben ik naar binnen gegaan, kon met moeite gaan zitten en vervolgens geen kant meer op van de pijn in mijn buik. Niet staan, lopen, leunen, bewegen of wat maar ook. Even dacht ik aan een blindedarmontsteking. Maar met zo’n puinhoop in mijn buikholte weet je het maar nooit.

En dus:
16:00 huisartsenpost gebeld. Nou mevrouw als ik u zo hoor, dan denk ik dat het wel meevalt met de pijn. Kunt u misschien eerst een paracetamolletje innemen? De telefoon aan Don gegeven, want: stoom uit mijn oren, beter dat hij de nietvriendelijke mevrouw verder te woord stond)
18:00 kwam de weekendarts “al”, die constateerde dat het niet goed ging en direct contact opnam met de Daniel. Daar is echter geen spoedeisende hulppost, dus er werd overlegd waar ik naar toe moest.
19:00 leverde de ambulance mij af in het Erasmus MC op de SEH en….
22:00 (!) verscheen er eindelijk een Gijs met witte jas naast mijn bed

In de tussenliggende tijd lag ik plat op mijn rug, kon geen kant op. Werd er in twee armen door twee verpleegkundigen een poging gedaan tot bloedprikken en infuusnaald inbrengen. Ehm….prikken is een vak apart.
Na verloop van tijd voelde ik de ergste pijn weg ebben, op ergens links nog een zeurend getrek na.
Eerst dacht ik nog, lig ik hier voor jan joker…. Wat moet die arts wel niet denken…. Nououou, arts Gijs plantte zijn vingers in mijn buik en ik vloog hem zowat aan. AUWWW precies daar ja! Op andere plekken voelde ik niets. Terug naar links. AUWWWW… man ga weg, hou op. “hm, hier zit de boosdoener. Dit voelt niet helemaal goed. Ik ga ook nog even een inwendig onderzoek doen via uw stoma, wilt u het zakje er even afhalen?” Van de tekst werd ik al niet vrolijk en van zijn lange vingers met blauwe handschoenen he-le-maal niet. Brrrr, even doorbijten nog. Linksom, rechtsom...ik kreeg een keurig verslag van wat hij voelde en vervolgens een Ja-we-hebben-een-bingo achtige kreet, want probleem gevonden. Stomabreuk. Gaatje in de buikwand, waardoor iets naar buiten kan puilen en als dat gebeurt veroorzaakt dat helse pijnen, aldus de arts. Klopt, correcte bingo, liedje zingen hoeft niet.

Er werd overlegd met collega’s. Uiteindelijk liet de arts aan mij de keuze: als u het aandurft mag u naar huis, maar u kunt ook hier blijven. Als wij u nu opnemen dan is dat ter observatie en brengen we alles in kaart. Sowieso moet er een CT scan gemaakt worden om te zien hoe we dit kunnen oplossen.
Blijven?? No way. Ik wilde naar huis. Ik ben ziekenhuisbedmoe. Maar wat als ik thuis ben en ik krijg weer zo’n pijnaanval? “Dan neemt u een paracetamol, gaat u plat op uw rug liggen, probeert u te ontspannen en masseert u de buikinhoud weer terug op z’n plaats. Met een uurtje moet het dan over zijn. Zo niet, dan belt u ons en komt u hierheen” zei de arts. 
Aha hm hm. Is goed, dan wil ik toch liever naar huis. En zo geschiedde. Einde avontuur.

Nu is het wachten op een oproep voor de CT scan, gevolgd door een afspraak met/bij mijn eigen chirurg die dan een behandelplan met mij doorneemt.

Oooo...die chirurg gaat straks nog denken “die mevrouw doet er werkelijk alles aan om toch een matje te krijgen….” Ik overweeg om een yogamat uit mijn dansstudio mee te nemen, bij wijze van “ik heb er al eentje hoor”

Afgelopen week was ik namelijk bij mijn chirurg om te bespreken of er iets aan mijn uitstulping gedaan kan worden. Weghalen, terugduwen, whatever. Mijn waardes zijn immers voorbeeldig laag, dus….
Maar nee. Mijn chirurg was tamelijk behoudend in zijn uitspraken. Hij zei geen ja, maar ook geen nee. Wel liet hij overduidelijk doorschemeren dat hij het nog altijd een raadsel vindt dat mijn waardes ineens normaal zijn. Liever zou hij het nog een aantal keren achter elkaar zo zien -kreeg ik de indruk. Daarbij komt dat een ingreep toch weer een behoorlijke operatie is, niet geheel zonder risico en met gevaar op infecties. De vraag is of het een kans van slagen heeft, voor hetzelfde geld komt de klacht weer terug. Bij het plaatsen van een zogenaamd matje, wordt een niet lichaamseigen materiaal gebruikt en de vraag is of mijn lichaam dit accepteert. Bovendien is niet alleen door de grote operatie een en ander verwijderd en verzwakt, maar is mijn huid door de vele heftige bestralingen dunner en dus kwetsbaar geworden.


Een klein onderzoekje, samen met een oncoloog internist, volgde nog en daarna de constatering: “U hoeft ons echt niet meer te overtuigen hoor, wij zien het probleem. Lastig….erg vervelend…. Wij begrijpen het volkomen, maar toch zou ik u willen vragen om alles nog even te laten bezinken. U bent al zover gekomen….met een operatie als deze, gaat u flink wat stappen achteruit en het herstel zal net zoiets zijn als na de vorige operatie” Hm. Stof tot nadenken dus. Ik kon er op dat moment niets aan doen, maar uit het niets biggelden er ineens tranen over mijn gezicht. Oh… dat heb ik normaal nooit...sorry hoor, verontschuldigde ik mij nog. Gek dat me dat nu ineens overkwam. Eigenlijk verbaasde mij hun bevindingen niet, dus echt een teleurstelling was het niet. Maar wat dan wel? Ik was samen met mijn zusje. Samen liepen we de gang weer op. Over drie maanden weer een bloedtest om te zien of mijn waardes nog steeds goed zijn. Nog altijd in tranen besloten we maar even te blijven voor een theetje met een muffin. Ik zat een tel alleen aan het tafeltje en keek om me heen. Ter plekke stokte mijn ademhaling en schaamde ik me diep. Om mij heen zag ik patiënten: doorzichtig bleek, kaal, met infuus, ziek- zwak en misschien misselijk. Wat zat ik nou te mauwen...mijn waardes zijn goed… vergeleken met al die andere patiënten zou ik in mijn handen mogen knijpen….
Wat een dubbel gevoel.

Enfin, ik begrijp heus wel dat mijn chirurg niet echt staat te springen om een matje als alternatief voor mijn ontbrekende bekkenbodemspier te plaatsen. Dat is duidelijk.
Maar….dat ik nu binnenkort onverwachts toch weer bij hem aan het bureau zit …. laat maar. De enige mat waar ik voorlopig aan denk, hangt tussen twee bomen.



Nu alleen die bomen nog...

zondag 15 april 2018

In mijn Element



Met een uitslag van 3,4 is mijn CEA waarde normaal! Dat betekent dat er geen actieve kankercellen in mijn lijf waarneembaar zijn. Hoeraaa!!

Het wapen van Zeeland was het eerste beeld dat in me opkwam toen ik deze uitslag kreeg. Pffff… ben ik nu dan eindelijk uitgeworsteld en boven gekomen?  Alhoewel ik het nooit echt als ‘worstelen’ heb ervaren. Het was meer een Go with the flow:  als in een bootje op een onvoorspelbare zee. Kabbelend, of ruw met hoge golven mee deinend en heen en weer geslingerd worden. Je er tegen verzetten heeft dan geen enkele zin. Verspilde energie, bovendien zou je zo juist  uit het bootje geslagen worden. Om je niet nog beroerder te voelen, helpt het als je je focust op een vaste plek aan de horizon, ook al lijkt die nog zo ver weg.
Het is eigenlijk net zoals ik ooit hoog in de lucht in een Cessna een vliegles kreeg en me kotsmisselijk voelde worden door de lichte turbulentie. Hou je vast aan de horizon! Kijk voor je! Focus je op dat wat voor je ligt, hoorde ik mijn instructeur naast me via mijn headset. Zo gaf ik mij over en liet mij dragen en leiden door een golvend wolkendek. Pas toen ik mij enigszins stabiel voelde kon ik voorzichtig om mij heen kijken en genieten van het uitzicht.

Als zowel op het water als in de lucht hetzelfde geldt, waarom zou dat dan op de aarde anders zijn? Dus ook hier is mijn blik gericht op de horizon. Ondanks woelige baren en ruwe turbulenties richt ik mij op dat wat  voor me ligt, vind ik mijn stabiliteit, leef ik vooral Vandaag en blijf ik mijn dingen doen: vol vuur.

De afgelopen jaren voelen als een reis, waarbij ik onderweg nog meer heb geleerd over mezelf. Alles leek versterkt. Ik ben scherper gaan kijken en zie daardoor soms anders. Dingen die er altijd al waren vielen mij nu veel meer op. Ook de mensen om mij heen leken soms versterkt. Waren dat doorgaans al zorgzame types, dan waren ze dat nu nog een tandje meer. Dankbaar voor alle vormen van aandacht die er waren als een  extra boost en werkten als bakens in de zee…als lichtjes langs de landingsbaan…. Samen (ver)Sterk(t)



Volgende week heb ik nog een gesprek met mijn chirurg o.a. met de vraag of er een mogelijkheid is voor een eventuele herstel operatie. Voor nu  denk ik dat met mijn mooie CEA-waarde een reis is afgerond. Ik ben ergens aangekomen waar ik weer vaste grond onder mijn voeten voel en waar ik in mijn eigen tempo kan gaan wandelen waar ik wil. Je maintiendrai!


 

 

zaterdag 17 maart 2018

Plop!



Kabouter Plop is verhuisd. Ik weet waar hij tegenwoordig woont en hoop van harte dat dat een tussenoplossing is, net zoals wij destijds in de duinen huisden. Met veel bombarie heeft hij zijn intrek genomen op het adres: Mijn Sinus rechts. Daar voert dat akelige mannetje zijn net zo akelige dansje van hem uit waarbij hij constant zijn elleboog, muts or whatever, tegen mijn trommelvlies stoot. De hele dag schrik ik regelmatig op van een afwisselende PLOP-oor open-allemachtig wat een takkeherrie en PLOP-oor dicht-watzeggie?? Ook het gestamp met zijn akelige flapschoenen ontgaat mij niet. Zeg baardmans, kun jij dit weekend even opzouten naar je eigen paddenstoel! Of ga lekker ver weg een ander pesten! Eekhoorns op de Veluwe of zo. Of krijg ik dan Freek Vonk op mijn dak?Hm...

Ik heb mijn hoop nu maar weer een beetje gevestigd op het hele KNO gebeuren sinds ik de resultaten van mijn long-onderzoekje uitvoerig met de longconsulente en longarts heb besproken.
Lang verhaal kort (ehm…voor zover mij dat lukt):  Xolair blijkt geen oplossing voor mijn type astma, omdat dat toch meer gericht is op allergieën. De hoofdoorzaak bij mij heeft toch letterlijk meer met mijn hoofd te maken.
Het is daardoor een aaneenschakeling van neus verstopt of snotterig, oren dicht dus doof, holtes vol dus zwaar hoofd, vocht achter trommelvliezen, buisjes in oren, ontstekingen, buisjes er weer uit, prednison, antibiotica, oogdruppels (ja oog, maar dan in mijn oren), neussprays, gaatjes in trommelvliezen prikken, schorre stem, pieperige ademhaling, hoesten, droge keel, nog meer piepen,  kortademig, astma. Kortom: ergens in het KNO gebied is iets niet helemaal zoals het zou moeten en dat werkt door op mijn longen.

Via de longpoli in Rotterdam heb ik een inlogcode gekregen met toegang tot een speciale astmasite. De bedoeling is dat ik vanaf nu online alles bijhoud met betrekking tot mijn gezondheid en beperkingen. Zij kunnen ook inloggen en meelezen. Daarnaast is mij met klem verzocht om steeds telefonisch contact op te nemen zodra er maar iets afwijkt. Op deze manier kunnen er wellicht patronen of signalen herkend worden die leiden tot een aanval die in zo’n geval dan tijdig ge/behandeld kan worden. Uiteindelijk gaat het om in kaart brengen van herkennen, beheren en beheersen van mijn astma met als bedoeling: optimaal leven met zo min mogelijk medicatie. Mijn wens hierin is: geen prednison meer, daar heb ik het helemaal mee gehad. Al vanaf oktober 2016 (!) tot een paar weken geleden ben ik regelmatig aan het stootkuren, met alle bijwerkingen van dien. Tel daarbij op: een toegenomen omvang waar ik niet op zit te wachten (en mijn zomergarderobe ook niet) Gelukkig is, tenzij het een situatie is dat het écht niet anders kan, een leven zonder prednison en antibiotica ook het streven van mijn longarts. En zo blijft het qua longmedicatie voorlopig bij mijn puffer, 3 tabletjes en toezicht met regelmatige controles vanuit de longpoli. Plus behandeling door een KNO arts.

Zo is wederom het cirkeltje weer rond. Terug bij mijn KNO arts die vorige week met slangetjes en lampjes de tijdelijke woning van vriend Plop onderzocht en voor de duidelijkheid een CT scan wilde. Er zit ergens rechts een zwelling die hij niet kan plaatsen. Sinusscan is inmiddels gemaakt, uitslag zou een week later zijn. Ware het niet dat ik ben gebeld dat het helaas ruim een week wordt opgeschoven. Zucht, waar heb ik die tekst meer gehoord? “Maar de uitslag is dan toch al bekend? Mag ik dan niet gewoon even bellen?” Neen mevrouw, de arts is er niet en hij moet u de uitslag zelf vertellen. “Mag ik dan mijn huisarts laten bellen, zodat hij mij de uitslag kan geven?” Neen mevrouw, de kno arts moet u dat zelf vertellen. U zult toch echt even geduld moeten hebben. Gelukkig is Geduld als kilo-knaller in de aanbieding bij de drogist geloof ik…

Grrrrrrrrr gewoon maar wachten tot 29 maart, dan kan ik terecht in Schiedam.
Oh ja, in diezelfde week moet ik toevallig ook bloed laten prikken. Yeeejjj, dat mag dit keer in Maassluis en hoef ik er niet speciaal voor naar het lab in Rotterdam. Twee weken later hoor ik dan van mijn chirurg uit de Daniel dat mijn CEA waardes goed zijn en dat ik niet weer gescand hoef te worden in het Erasmus MC. Mooi scenario toch? Daar ga ik voor!

Pfff…. Al die locaties. Al die aparte dossiers. PLOP…ik krijg een ingeving:
De dochter van mijn vriendin is docent natuurkunde. Misschien moet ik haar maar eens meevragen op tournee om een lesje communicerende vaten te doen. Ik zal haar eens appen J


donderdag 8 maart 2018

Speedy

Mijn ontmoeting met De Schrijfdames begint zo en mijn inspiratie vandaag is Nul. Of nou ja, het is er wel maar op de een of andere manier lukt het me niet om te verwoorden zoals ik dat zou willen. Je zal altijd zien dat morgen dan ineens uit het niets een enorme lettertsunami uit mijn pen vloeit, maar daar heb ik niets aan: ik heb NU een schrijfsel nodig. Binnen een half uur graag, als dat kan…..





Ik wilde schrijven over mijn eerste autootje, dat was een Mini Cooper 800. Wat was ik blij met  mijn muisgrijze scheurijzer, die ik al gauw omdoopte tot Speedy. Ik croste er het hele land mee door, maar technisch was ik niet. Gelukkig waren mensen om mij heen dat wel, dus als ik ergens een vreemd rammeltje hoorde, wist ik wie me kon helpen. Dat ging tijden goed tot  Speedy ouder werd en meer gebreken ging vertonen. Zo maar even sleutelen op het erf was er niet meer bij. Er moest een uitgebreide garage en een monteur met net even iets meer kennis aan te pas komen.  Zodra  geconstateerd was waar het probleem precies zat, werd het opgelost. Soms  met een vervangend  eigen-merk-onderdeel en soms was het nodig om een officiële dealer in te schakelen die het originele merkonderdeel leverde. Als het bij de garage toch nog te ingewikkeld bleek, dan had ik de optie om zelf rechtstreeks naar de dealer te gaan –weliswaar wat prijziger, maar die keuze had ik om mijn motor draaiende te kunnen houden.

Ik wilde schrijven dat ik niet technisch ben,  maar wel begrijp  dat voor een goed lopende motor het één niet zonder het ander kan. Als er maar ergens een storing is in het systeem,  gebeuren er rare dingen. Waarschuwingslampjes gaan knipperen, rare geluiden klinken en in het ergste geval start de motor helemaal niet meer.

Parallel hieraan wilde ik dan schrijven over mijn lijf, míjn motor.
Met mijn gebreken ben ik het stadium van de helpende mens en de gewone garage al lang voorbij en bevind ik me in de wondere wereld van De Dealers. Een heel leger van monteurs gespecialiseerd in onderdelen als longen, keel-neus-en-oren, huid, stoma en kanker.  

Ik had willen schrijven dat ik in dit deel absoluut niet begrijp dat iedereen de kleurplaat van zijn eigen vakgebiedje lijkt in te kleuren en daarbij vooral binnen de lijntjes blijft.  Ieder z’n ding, dat snap ik wel,  maar: Waar en Wie is nou die hoofdmonteur die er op toe ziet dat deze complete Speedy weer het land door kan crossen???

Zoiets dergelijks had ik dus willen schrijven, maar dan anders.
Noem het een opzetje.
Intussen ga ik er nog even verder op zitten broeden….

...wordt vervolgd...
(buiten de lijntjes mág!)

zondag 18 februari 2018

Hoera een zusje!

Al een tijdje zit ik te bedenken  hoe ik mijn schrijven in een ander jasje kan steken. Ik was ooit begonnen om iedereen op de hoogte te houden over mijn gezondheid. Nu kabbelt het maar zo'n beetje voort en zoek ik een manier om andere schrijfsels te plaatsen. Ik moet alleen nog uitvogelen hoe dat dan op Blogger werkt. Volgens mij moet ik een andere topic aanmaken of zo. Maar goed, nu weet ik dat nog niet, dus moet het nog maar even onder mijn Krablog...



Wildbaan 28, Gorinchem



18 februari 1964

Ik werd wakker van de vertrouwde geluidjes die het matras maakte. Daardoor wist ik meteen Hee, ik lig in het bed van papa en mama! Niets was zo lekker om daar in te mogen liggen en te luisteren naar de geluidjes die de strootjes en de vering in het matras maakten zodra je maar even bewoog. Pling  – plong – pieuw... Ik vond het altijd heerlijk om er bij weg te soezen, maar dit keer werd ik er wakker van. Vertrouwd maar ook vreemd. Vreemd, omdat ik toch heel zeker wist dat ik die avond in mijn eigen bed was gestapt. Hoe kwam ik dan hier verzeild? En waar was iedereen? Het was donker, de deur was dicht. Onderaan, bij de drempel verlichtte een flauw streepje licht het kleine kamertje. Ik hoorde driftige voetstappen door de gang banjeren en ook stemmen. Droomde ik nou? Ik was te slaperig om me er verder in te verdiepen en probeerde me weer op de geluidjes uit het matras te focussen.

Plotseling werd ik opgeschrikt door een gekrijs. Wat was dat? Waar kwam dat vandaan?  Nu wist ik zeker dat ik niet droomde. Dit hoorde ik écht. Ik veerde overeind, zat recht op in het grote bed toen de deur uit het slot op een kiertje waaide. Nu kon ik de stemmen beter horen. Wie waren dat toch allemaal? Ineens herkende ik een mannenstem, dat was dokter Ton! Kon niet missen, die man zag ik zowat om de week voor mijn astma. Ik durfde zelfs al alleen naar hem toe op mijn fiets, als ik het benauwd had. Hij was altijd aardig, maakte grapjes en gaf mij een drankje voor de hoest. Zijn stem herkende ik uit duizenden. Maar, wat deed hij nu hier? Zou mama ziek zijn? Dat zou me niets verbazen, ze was de laatste tijd wel heel erg dik en moe. Ik vond het vervelend om haar te zien eten, uit angst dat ze zou ontploffen. Zou ze nu soms ontploft zijn?
Sssst.... daar hoorde ik ook een vrouwenstem, bovendien druk heen en weer geloop naar de badkamer. Weer dat gekrijs... Gekrijs? Ik luisterde nog eens goed... dat gekrijs was het huilen van een baby! Maar dan moest die vrouw haast wel tante Netty zijn, mama's vriendin, die hier op bezoek was met haar kleine zoontje. Maar, dat midden in de nacht??

Opeens ging de deur met een zwaai verder open en hoorde ik papa zeggen “Ach, ze is wakker!”. Hij kwam naar het grote bed en haalde mij er uit. “Kom” fluisterde hij opgetogen “kom maar kijken, de baby is er” 
-ja pap, dat weet ik heus wel-

Maar daar in de gang liep niet tante Netty. Nee het was een verpleegster, constateerde ik verbaasd. Het werd steeds gekker. We liepen naar mijn kamer en daar zag ik dokter Ton. Zie je wel... mama ziek! Daar lag ze.... ik durfde eerst niet te kijken. “Je hebt een zusje!” hoorde ik iemand zeggen. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Lag mama daar nou met een baby?

Nu was mij al lang beloofd dat ik een broertje zou krijgen. Zou dit dan....Robin?
Zusje werd in het wiegje gelegd en ik mocht haar aanraken. Wat was ze klein! En wat een dikke wangetjes! “Lief hè?” zei iemand.  Ik knikte en was nog even vertwijfeld, want... als dit mijn zusje was, kwam er dan ook nog een broertje? Nee, die kwam dus niet. Toen zei mama: “Jij mag kiezen hoe ze gaat heten. Wat denk je van Caddy? Of Ginny?” Ik hoefde er niet lang over na te denken “Doe maar Ginny”

Het was een rare nacht. Het bleef nog lang donker. Binnen brandde al het licht en de kachel loeide om ons eensteenshuisje te verwarmen, buiten was het winters koud en sneeuwde het dikke vlokken. Toen de ochtend echt aanbrak was, wilde ik ook wel thuis blijven bij mijn nieuwe zusje. Papa bleef immers ook thuis van zijn werk... Toch moest ik naar school. Natuurlijk vond ik dat niet leuk, maar toen ik een grote snoeptrommel (dat kon toen nog gewoon...) meekreeg om te trakteren vertrok ik maar wat graag.
Eerst heb ik in mijn eigen klas getrakteerd “pak maar hoor, iedereen mag er twee “ en vervolgens ben ik als Trotse Zus de klassen rondgegaan. De hele school heeft het geweten: Kijk haar! Zij heeft vannacht een babyzusje gekregen! 

Vanaf die dag werd alles anders. Vele avonturen volgden.
En ze leefden nog lang en gelukkig.
In ieder geval al ruim een halve eeuw vandaag ;-)