woensdag 8 maart 2017

Aan de barre


Nu ik in de wachtstand sta flitsen regelmatig allerlei gedachten door mijn hoofd. Niet dat ik aan het piekeren ben, maar ik heb alle tijd om over dingen wat meer na te denken. Spinsels en creatieve ideetjes borrelen in me op en vooral de gedachte: Oh ja, leuk! Straks ga ik weer…..(vul maar in)…

Of het nu door de fysio komt, of door de medicatie en vernevelaars, eindelijk is mijn neus weer ademvrij en is mijn longorkest met reces. Hierdoor kan ik eindelijk weer wat meer conditie opbouwen.  Het enige jammere is dat ik heel erg veel hinder en pijn ervaar aan die uitpuilende zwellingen die door het ontbreken van bekkenbodemspieren zijn ontstaan. Ik blijf het apart vinden dat ze daar toch geen vervanging voor kunnen verzinnen, of misschien is het er wel  maar is het te kostbaar (of kan het bij mij niet).  Hoe dan ook, ik doe mijn best. Een fitness circuitje was nooit zo ‘mijn ding’, toch doe ik braaf mijn rondje twee keer per week tijdens de fysio. Als ik voor de spiegel sta om met gewichtjes serietjes van 15 opvliegers te tellen kan ik het soms niet laten om er stiekem tussendoor een porte des bras van te maken –als niemand kijkt.

Tot nu had ik er de energie niet voor, maar zo langzamerhand begint het te komen:  ik wil mijn dansstudio wel weer in. Voorlopig even alleen, kijken wat mijn mogelijkheden zijn. Letterlijk kijken, want de gordijntjes gaan open en acht meter spiegelwand zullen mij confronteren met de  beperkingen van mijn inwendig gekwetste lichaam. Het is als een Volgende Fase.

Waar ik voorheen mijn balletoefeningen op eigen kracht kon doen, heb ik nu een houvast nodig om mijn balans te hervinden. Licht, maar toch aanwezig. Makkelijk te verplaatsen totdat ik datzelfde heb bereikt en me weer op eigen benen  staande kan houden.  In de dansstudio is geen ballet barre, dat heb ik nooit gewild juist om te stimuleren om zelfstandig in balans te blijven. Nu had het handig geweest, mijmer ik hardop. En zo werkt het als je elkaar meer dan dertig jaar kent. De één zegt een woord en de ander voegt daar een daad aan toe.  “Als we nou eens….” begon Don en eindigde na over-en-weer gebrainstorm met een mikado van PVC buizen op de vloer.  Het was toch bar weer, dus wat moet je anders op een vrije zondag ;-) T-stukje hier, bochtje daar….. et voilá la barre pour moi. Licht, verplaatsbaar en toch stevig genoeg om er mee uit de voeten te kunnen.  Nu mijn daad nog bij het woord. In ieder geval  staat ie alvast in de studio en zijn de eerste voorzichtige tendu’s geboren….
Ik ben er bar blij mee!



vrijdag 10 februari 2017

Jarig ondergeschoven kindje

Eén jaar is ze vandaag, Zakkelien. Een moment om eventjes bij stil te staan.

How time flies! Als er iets is dat zo direct in mijn leven is geintegreerd, dan is het mijn stoma wel. 10 februari 2016: 's morgens nog niets te zien, 's middags wakker worden met een enorme rode stip op je buik en een jaar later beseffen dat het vanaf het begin 'normaal' was en bij me hoort. Gek eigenlijk. Ik heb nooit echt problemen ondervonden qua accepteren van Zakkelien. Hooguit vond ik het idee een beetje eng om een stukje darm binnenstebuiten omgevouwen aan de buitenkant van mijn buik genaaid te hebben. Jak. Toch ben ik er relatief snel aan gewend geraakt. Misschien omdat ik geen keus had, ik moest wel. Ik moest daarna immers meteen door in de molen en Zakkelien was slechts een side-dish van het Grand Buffet. Een soort ondergeschoven kindje, waar ik ongemerkt heel bedreven, geroutineerd mee heb leren om te gaan. Goh, wie had dat precies één jaar geleden nou kunnen bedenken...

Ook had ik niet kunnen bedenken dat ik zo lang door zou gaan met bloggen.. Ik had minstens verwacht dat het in de zomer een afgerond verhaal zou zijn. Hersteld na de grote operatie en genezen verklaard: ze leefde nog lang en gelukkig...Happy End.
Wishful thinking...  Het duurt nog een paar hoofdstukken langer, heb ik begrepen en dus schrijf ik nog maar even door. Ach, wie schrijft die blijft.

Ik heb inmiddels nieuwe afspraken doorgekregen van de Daniel. Op 21 maart mag ik weer door de CT scan en worden mijn CEA waardes geprikt en een week later op 28 maart staat een afspraak bij de chirurg voor de uitslag. Dat is best wel spannend. Tot die tijd gaan we gewoon vrolijk verder met de dingen van de dag. Vandaag misschien een klein taartje voor Zakkelien. Zelf bakken maar even niet, Don heeft net de keuken spic & span, maar misschien is dit een idee...
   

...of misschien straks in de stad toch maar iets Maison Kelderigs?     ;-)






donderdag 2 februari 2017

Vaag portret


Je zou willen dat het anders was, maar meestal is het zoals het is -ook al is dat vaag. Heel vaag. Zo voel ik me vandaag dan ook.
Vanmorgen wist de chirurg in de Daniel mij en Don te vertellen dat er totaal niets afwijkends te zien was op de beelden van de mri scans van de afgelopen paar dagen. De vlek op mijn lever bleek een onschuldige cyste en in mijn bekken was littekenweefsel zichtbaar. Ik dacht dat dat wel goed nieuws was, maar de arts vond het verwarrend. Hij had min of meer verwacht iets te vinden, omdat mijn CEA waarden zo hoog waren. Het duidt er op dat ergens iets actief zit te krengen, maar wat zich nog niet manifesteert omdat het waarschijnlijk nog te klein is. Dus wat nu? Het leek hem verstandig om direct ter plekke mijn waarde weer te checken, het was nu immers twee maanden geleden. En dan over twee maanden weer, om zo in kaart te kunnen brengen of er iets wijzigt.Als ik mij meteen even liet prikken, dan zou de chirurg mij vanmiddag al terugbellen met de uitslag, zo beloofde hij. Voor het moment kon hij verder niets voor mij betekenen. Wel heb ik hem nog gevraagd of er iets gedaan kan worden aan de breuk/uitstulping die mij in de weg zit en waar ik bij tijd en wijle behoorlijk last van kan hebben. Daar was hij stellig in. O ja, daar kunnen we operatief wel iets mee, maar in dit onzekere stadium is dat uit den boze. Opereren kan voorlopig echt niet, dat moet u maar even uit uw hoofd zetten. Jammer, maar is niet anders, kwabje mag nog even blijven.
Einde gesprek. Gemengde gevoelens. Beetje teleurgesteld, want wat was ik er nu wijzer van geworden? Bloedprikken dan maar. Naar huis en Don door naar zijn werk.

's Middags werd ik op de beloofde tijd gebeld. Ik had mijn bloed ook meteen laten testen op ijzer. Ik voel me de laatste weken zo ontzettend moe en futloos en meende overeenkomsten te zien met de periode toen mijn ijzergehalte zo laag was. Het eerste dat de chirurg mij meldde was dat er op dat gebied met mijn bloed niets bijzonders aan de hand was, dat was goed. Dus ik enigszins opgelucht, totdat hij verder ging met een Ja, maar... uw CEA waarde is gestegen! En niet zo'n beetje ook. Die was de vorige keer 9 en nu issie 18!  Een verdubbeling dus. Nog even ter opfrissing: normaal is tussen 0-5. DUS....  De arts stond nu nog meer voor een raadsel. Er moet iets gebeuren, maar wat? Ergens in mijn lijf gebeurt dus iets, maar waar? WAAR?? En kunnen ze dat dan niet op een andere manier uitvogelen? De techniek is zo ver ontwikkeld, bestaat hier niet iets voor?? Een scan, zei de arts. Maar ja.... u komt er praktisch net onder vandaan.... en er was wer-ke-lijk niets te zien...Ik ben daar wel bezorgd over. Goh.... als hij dat al zo zegt, hoe moet ik mij dan niet voelen? En nu? Nu regelt de arts dat ik over twee maanden weer door de scans ga en dat mijn bloed dan op diezelfde dag weer gecontroleerd wordt. Dat is het enige. Meer niet. Ik was een beetje versuft en heb toen besloten om alles maar tot me door te laten dringen, te laten bezinken en dan alle vragen die me te binnenschieten op te schrijven. Don en ik brainstormen er nog wel over als hij weer thuis is en dan zou ik morgen eventueel kunnen bellen met de verpleegkundige. Of ik mail haar mijn lijstje door dan kan ze alvast antwoorden zoeken. 

Al met al is het eigenlijk te absurd voor woorden. Het nieuws is niet echt slecht, maar ook niet echt goed. Wel zorgelijk en toch gebeurt er de komende twee maanden niets. Nu ben ik niet van de labielige, maar als je dat al wel zou zijn dan ga je dit zeker niet echt meer trekken toch? Toch?!


donderdag 26 januari 2017

Mr. Bean....nooit saai


Ik kon nooit om hem lachen, sterker nog die man irriteerde me: Mr. Bean met zijn stomme stunts. Nu heb ik nogal eens de neiging om in mijn weerstand te duiken, rare gewoonte maar soms levert het best nog wel iets interessants op. Wat was dat toch bij die man waardoor mijn haren rechtovereind gingen staan? Waarschijnlijk  de herkenning. Die stomme stunts heb ik ook. Alleen worden die niet gefilmd en verdien ik er ook geen kapitalen mee. Aha, dat zal het zijn. Hang bij mij thuis een paar camera’s op en ik ben mijn eigen goudmijntje.  Ik doe dagelijks suffe dingen en verdien er niks-nada- noppes mee en hij doet alsof en loopt binnen. Niet eerlijk. En daarbij komt: eens in de zoveel tijd beland ik ongevraagd zo’n Bean-periode, die staat gelijk aan Murphy -ook zo'n fijne man.

Vanaf oktober ben ik aan het sukkelen met mijn astma. Mijn longen piepen en zagen als nooit te voren, met onlangs maar weer een zoveelste antibiotica kuur tot gevolg.  Ik hield mijn hart vast voor afgelopen woensdag: de mri scans. Als ik het maar kon volhouden om 2x drie kwartier muisstil te liggen. Rechtop is voor mij nog het prettigst, maar zodra ik even met mijn bovenlichaam hel, dan barst het gepiep al los en volgen de hoestbuien. Ik wilde me er nog maar niet al te druk over maken en stond daags tevoren slaperig mijn tanden te poetsen.  Tingng! Hoorde ik in de wasbak. Wat was dat? Ik keek, maar door het stromende water was er niets bijzonders zichtbaar. Ik spoelde nog maar eens, keek in de spiegel….en stond verbijsterd als aan de grond genageld. Neeee, niet!! Waar was mijn tand?! Jawel, spontaan afgebroken. Tingng, in de wasbak, door de afvoer…. Ik voelde me al miserabel, maar nu nog meer.
Dat zou wel eens met  de chemo te maken kunnen hebben, verklaarde mijn tandarts de volgende ochtend.  Niets meer aan te doen. “Ik ga geen ingewikkelde ingrepen doen in je kaak hoor. Kroonopbouw en zo, dat blijft toch allemaal niet zitten” De moed zonk me even in de schoenen, maar het alternatief was om een tandje bij te zetten –letterlijk- aan mijn bestaande frame. Dat kon diezelfde dag nog. Betekende wel dat ik totdat de klus geklaard was zonder tanden mocht doorbrengen.  Nu hoorde ik dat er een nieuwe Harry Potter trilogie verfilmd wordt, nou… als ik auditie zou doen voor een van de heksen dan zou ik zomaar in aanmerking komen met dit uiterlijk.
Pffff….gedoe.

De ochtend van de mri scans was een van onze vrienden al vroeg hier om met mij mee te gaan. Hij ging nog even naar het toilet en ik zou nog even snel iets uit de keuken pakken. Het gebeurde in a split second… ik weet nog steeds niet hoe, óf ik struikelde óf ik gleed uit. Ik klapte voorover en wilde als in een reflex Zakkelien beschermen tegen mijn val, waardoor ik een vreemdsoortige draai maakte en bovenop mjn rechterknie terecht kwam en mijn enkel verdraaide. En zo vond een verbaasde vriendlief mij op de keukenvloer “Meid, ik hoorde me net toch een klap! Huh? wat doe jij nou?” ik kon me niet bewegen door de pijn, panty kapot, knie kapot. Lachkriebels welden in me op. Zó stom dit, zó mr. Bean!
Geen tijd meer voor andere pantys, kom we gaan.

“U mag met mij mee en u mag daar in de wachtkamer plaatsnemen”zei het meisje van het Erasmus MC. Voordat we door de klapdeuren verdwenen vroeg ik haar nog “Krijg ik wel een korte pauze tussen de twee scans? Ik weet niet of ik het zo lang kan volhouden om stil te liggen met mijn longklachten” Het meisje keek me even ongemakkelijk aan Eehhh… ja nou, ik had u straks daar op de afdeling eigenlijk pas willen informeren.. Wij keken haar niet begrijpend aan.
Eehm… het is namelijk zo… u mag maar 1x door de scan. Een heel vaag verhaal volgde over de contrastvloeistof die ik via een infuus krijg toegediend. Dat schijnt maar 1x te kunnen en dus kan er maar 1 scan gemaakt worden. Ik begreep er werkelijk geen hol van. Hoe dan ook een scan van het bekken had de hoogste prioriteit en die van de lever….tja, daar moet u dan nog voor terugkomen en dat kan binnen twee maanden al hoor. PARDON???? Dit verstond ik verkeerd toch?  Ik kon met mijn zere been niet stampvoeten, maar had des te meer zin om de hele tent te verbouwen. Maar u begrijpt, ging ze verder, wij plaatsen u op een spoedlijst, dus waarschijnlijk weten we al wanneer u kunt komen als u straks klaar bent.

Laat ik me vooral niet druk maken, zoemde het als een mantra door mijn hoofd terwijl ik op het smalle bed  de nauwe tunnel van het mri apparaat werd ingeschoven. Mijn hemel wat was dit krap! Het duurde niet lang of het oorverdovende gehamer begon en voelde ik een briesje op komen zetten. Lekker, dacht ik nog eerst. Maar later werd dat van een stevige bries een behoorlijke irritante wind die in mijn hals en gezicht blies. Ik voelde me koud worden.
Gelukkig was er een nieuwe afspraak gepland voor de scan van min lever, toen ik klaar was. Dinsdagavond, dus dat is nog voor de datum van de uitslag.  Thuisgekomen heb ik voor de zekerheid toch maar even naar de Daniel gebeld met de vraag of de datum van de uitslag gehandhaafd kan blijven nu ik op dinsdagavond pas mijn tweede scan krijg. Zij waren  zeer verbaasd over het verhaal dat ik niet twee keer door de scan mocht. Want dan hadden we net zo goed twee aparte afspraken voor u kunnen maken en was u al veel eerder geholpen. Aaaarrhhhhh grrrr… nou die opmerking heb ik maar even niet gehoord.  Afijn, op dinsdagmiddag is het chirurgisch teamoverleg. Als ik pas ’s avonds door de scan ga betekent dat, dat ik die dinsdag daarop pas word besproken en dus schuift ook de datum van de algehele uiitslag op. Nee hoor! Nee alsjeblieft niet! Ik wacht nu al zo lang, ik wil nu wel eens weten waar ik aan toe ben. Misschien heel kinderachtig dat het “maar” om 1 week verschil gaat, maar ik heb hier zó geen zin meer in. Daar was alle begrip voor. En zo werd ik een paar uur later teruggebeld dat mijn scan verplaatst is naar maandagmiddag. Mooi op tijd voor de bespreking en blijft de datum van de uitslag op donderdag 2 februari. Punt. Eind goed, al goed.
Je zal maar last hebben van je bloeddruk….
In ieder geval: het is hier NOOOOOIT SAAI

Oh, minor detail…. Ik heb weldegelijk een behoorlijke kou gevat in die mri scan.  Huisarts is op bezoek geweest; antibioticakuur verlengd en prednison erbij….. Ik draai er mijn hand niet meer voor om. Zou mr. Bean ook niet doen.



dinsdag 3 januari 2017

Mijn vier jaargetijden....en die van Antonio

Ik kan best begrijpen dat sommigen in mijn naaste omgeving het afgelopen jaar als een Rotjaar hebben bestempeld en dat is dan nog netjes uitgedrukt, ik heb ook andere kreten gehoord ;-)
Blij dat het is afgelopen en niet meer aan denken. En toch…. Als ik nog één keer bij mezelf te rade ga, dan was het toch ook een bijzonder jaar, een pittig jaar. Bijzonder pittig én bizar. Natuurlijk ben ik net zo goed blij dat het is afgelopen, neemt niet weg dat 2016 voorgoed in mijn geheugen gegrift staat.

Niet eerder heb ik de vier jaargetijden zo intens beleefd en (deels)beschreven. Ik voel me een beetje Antonio Vivaldi, alleen bestaat mijn componeren uit het aanslaan van letters op een toetsenbord en niet uit geschreven muzieknotaties –dat talent bezit ik helaas niet.  Volgens mij moet Antonio de jaargetijden toch minstens zo intens hebben beleefd,  anders lijkt het me bijna niet mogelijk om er zo’n fantastisch  muziekstuk over te kunnen creëren.

Seizoenen. Je kunt er niet omheen, je moet er doorheen. Ontlopen kun je ze niet, zelfs als je in december naar Portugal gaat. De zon mag er dan wel schijnen, maar het blijft winter. Het is meer een kwestie van een ander standpunt innemen, iets van een andere kant bekijken en daardoor diezelfde winter anders beleven.  Daar heb ik inmiddels wel van geleerd.

De wintermaanden van 2015/2016 waren als een tsunami. Er kwam ineens van alles over me heen. Letterlijk overkwam het me en kon ik niet anders dan het maar laten gebeuren. In het begin deed ik misschien nog wel een poging om me te verzetten, me te bewapenen en te vechten…. Maar tegen wat? Tegen wie? Het is niet dat ik het heb opgegeven, maar meer geaccepteerd. Hoe moeilijk dat soms ook was.  Het ontstane tumult voelde soms als een wervelwind,  dan tolde en draaide alles om me heen. Wat een gekkenhuis en toch ook niet. Want: In het midden van een orkaan is het immers stil. Zo heb ik dat ook letterlijk ervaren. Er middenin zitten. Stilte. De stilte waaruit ik op een bepaalde manier kracht kon putten.

De lente heb ik per dag zien ontstaan tijdens de weken van mijn ritjes naar de chemo/radiatiebehandelingen. Ja, dat was erg vermoeiend, maar het zien van de eerste lammetjes en voorjaarsbloemen gaven me een houvast en maakten me vrolijk. Alles om me heen ging weer leven! Dan was er de vakantie met mijn moeder, waarvan ik toen niet had vermoed dat het onze laatste samen zou zijn.  Het was al een lente vol lichamelijke pijn en daarbij kwam ook nog de pijn om haar verlies. Verdrietig, maar ook zo speciaal. Zij is niet weg, ik vind haar regelmatig terug in mezelf en bovendien: waar zij is gestopt ben ik verder gegaan. Ook dat geeft me kracht om door te zetten bij alles wat nog komt.

De warmte van de zomer deed me beseffen dat die warmte er al die tijd al was, zij het in een andere vorm.  Het was de liefdevolle warmte van iedereen die op wat voor manier aandacht aan me besteedde. Dat vond ik niet zomaar vanzelfsprekend,  ik vond dat bijzonder en heb me er gesteund door gevoeld.  De grote operatie daags na mijn verjaardag was het hoogtepunt, twee seizoenen hiervoor had ik me erop voorbereid. En nu kon in diezelfde zomermaand echt begonnen worden aan een algeheel herstel. In de warmte van de zon, op mijn schommelbankje in de tuin.

De herfst stond in het teken van revalideren en weer langzaam opkrabbelen. Terwijl de natuur om me heen zich zichtbaar ontdeed van alles wat was geweest door het letterlijk los te laten, deed ik dat ook op mijn manier.  Ook karakteristieke onstuimige buien horen bij de herfst en ja die had ik ook. Maar hee, mag het, na zo’n heftige periode?

Met de winter is het jaar nu weer rond. Herrijzend uit de as, voel ik me als een Feniks. Ofwel, gezien mijn roots, als een Garuda.  Ik weet wel dat ik er nog niet ben, maar er borrelt weer van alles in mij. Mijn streven is om het nieuwe jaar weer te dansen ook al ziet dat er misschien anders uit dan voorheen, dat kan me niet schelen. Ik merk dat ik nu wel weer geïnspireerd raak door muziek, het zet me in ieder geval in beweging. Dit brengt me weer terug bij het begin: de vier jaargetijden. Als ik die net als Vivaldi zou mogen vertalen naar muziek, dan zouden mijn jaargetijden van 2016 als volgt klinken:

Winter:
Storm, Antonio Vivaldi
Hoef ik niet uit te leggen toch?

Lente:
Aja o que houver, Madredeus (Electronico)
Omdat het een fado is, een levenslied. En ook omdat het zoiets betekent als “wat er ook gebeurt…”
https://youtu.be/liYtguGrAy0

Zomer:
Gates of Istanbul, Loreena McKennitt
Omdat het de muziek is van mijn favoriete dans “Poorten Van Verlangen” en het de afgelopen zomer mijn wens was om deze weer zelf te kunnen dansen en dat de komende zomer kan!
https://youtu.be/SDl5G-mxqF0


Herfst/winter:
Rise van Safri Duo
Zowel om de titel als om het opzwepende ritme en tussenliggende ‘pauzes’. Ik kan hier echt niet bij stilzitten.
https://youtu.be/FHKMlyGw2Jc

woensdag 21 december 2016

Zwarte kerst, een verhaal apart

We zijn al jaren bijelkaar en noemen ons De Schrijfdames. Een klein, inmiddels hecht geworden, clubje van vijf en komen eens in de twee maanden bij elkaar. We schrijven verhalen, lezen ze op onze bijeenkomst aan elkaar voor en bespreken elkaars schrijfsels. Soms verzinnen we een opdracht voor de volgende keer en soms is het "gewoon" eigen werk, Waar gebeurd, verzonnen, een combinatie van die twee, wat je maar wilt. Waardevolle bijeenkomsten zijn het. Een bijzondere groepje. Zoeentje die ik koester. Zullen we voor onze decemberbijeenkomst allemaal een kerstverhaal schrijven? werd er de vorige keer gevraagd. Vol enthousiasme schieten mij dan al direct een aantal ideetjes te binnen, maar zoals altijd.... de dag voordat we bijelkaar komen bedenk ik me 's avonds ineens "Oh ja... ik moet nog wat schrijven" Zo ging dat ook deze keer, even snel. 
Ik vond het best wel weer eens leuk om een stukje te schrijven met een kop en een staart en omdat het wel past in de lijn van mijn blogsels, plaats ik hem hieronder.

Collateral Damage

Er is werkelijk geen moer te beleven op TV. Ik zap van kanaal naar kanaal en zie dan een aankondiging dat na de reclame een film begint Collateral Damage.  Met een glimlach denk ik terug aan de periode toen ik in het ziekenhuis lag te herstellen van de operatie waarbij een stoma bij me is aangelegd. Ik lag op een soort verzamelzaal waar patiënten met verschillende aandoeningen af- en aangevoerd werden. Zo werd tegenover mij een spontane jongeman met  bed en al binnengereden, ik schatte hem half in de twintig. Ontbloot bovenlijf, bezaaid met tatoeëringen. Hoe kon ik dit nou ontwijken? Hij zag dat, tilde zijn arm omhoog en grijnsde “Niet helemaal goed gegaan” Een vurige rooddoorlopen brede baan ontsierde de sleeve op zijn gespierde arm.  Wauw! schrok ik. “De tatoeagenaald was niet helemaal schoon. Beetje ontstoken.” verklaarde mijn overbuurman. “Ik ben Rob. En jij? Waarvoor lig jij hier? Wat hebbie?”
Kanker, flapte ik uit. Of nou ja… dat heb ik wel, maar eigenlijk ben ik hier omdat er een stoma is aangelegd. Dat moest eerst gebeuren, anders kan ik niet verder behandeld worden. Hierna word ik pas bestraald en krijg ik chemo en pas daarna kan ik geopereerd worden om de tumor weg te halen.
“Zo lekker dan! Dus je hebt collateral damage. Nou, ben je mooi klaar mee zeg!”
Collateral damage. Hoe verzon –ie het en met een glimlach dacht ik terug aan de kerst ervoor…

De decembermaand is voor Don altijd heel hectisch, met name in de winkel waar hij werkt. De feestdagen brengen extra koopavonden en koopzondagen met zich mee. Tegen de tijd dat het kerst is, heeft hij het meestal wel gehad en zou niets liever dan met de kerstdagen zelf lekker rustig aan doen. Gewoon samen thuis, niets bijzonders. Maar als je alle commercials en de overvloedige winkelmandjes om je heen rond de kerstdagen ziet, vraag je je af of dat nog wel kan niets bijzonders. Bovendien lijkt iedereen het sneu te vinden als we samen op de bank hangen. Nee, dat kan met kerst dus écht niet! Toch waren we dat met  kerst heus van plan. Totdat vrienden van ons, ook met z’n tweetjes en ook van plan om niets bijzonders te doen ons op het laatste moment belden. “Zeg… zullen we anders met z’n viertjes niets bijzonders? Leggen we gewoon bij elkaar wat we in huis hebben…” We zwichtten. Is goed, stemde ik in, kom maar naar ons. Ik ga alleen niet koken hoor, maar laten we gewoon het gourmetstel op tafel zetten, lekker simpel ieder kookt voor zich. Zo gezegd, zo gedaan en zo stonden we op eerste kerstdag in onze keuken alles wat ons geschikt leek in mootjes te hakken. De een stak de openhaard aan en de ander dekte de tafel. “Bo, waar is je gourmetstel?”  In de gangkast, wilde ik zeggen, maar op het moment dat ik mijn mond opende, keek ik Don met grote verschrikte ogen aan. Stilte. Ik veranderde mijn tekst in een langgerekt “Ooooooo mijn God!” Drie verbaasde gezichten in mijn richting. Eehhmmm…. Ik was het helemaal vergeten, het schiet me nu ineens te binnen…Ehm…ik heb dat ding vorig jaar weggedaan!  Daar komt ze nu mee! klonk het verwijtend in koor om me heen.
Wacht even, laat me nadenken… Ik kreeg een heldere ingeving, we hadden nog ergens een grilplaat. Geen probleem, da’s bijna hetzelfde! Na enig zoeken kwam ik met een grote doos aandragen. Kijk, nog helemaal nieuw! Ja maar, volgens mij…. begon een van onze vrienden aarzelend, kijk die afbeelding… volgens mij gaat dat helemaal niet! Tuurlijk wel, zei ik terwijl ik de inhoud uit de verpakking trok. Vervolgens staarden we alle vier naar een elektrische gril. Niks plaat, maar een rechthoekige metalen bak met een spiraalvormig warmte element op de bodem en daarboven een rooster. Dat was het, meer niet. Hoezo gourmetten? De mannen werden al lacherig, maar ik niet. Laat me nou even nadenken jongens….
Ingeving twee volgde,  ik  laat me nooit zo gauw uit het veld slaan. Ooit had ik van mijn buurman een mega grote paella pan gekregen. Het was even zoeken, maar even later: taddaaaa!  Kijk, die leggen we gewoon op dat rooster. Voila… een supermooie ronde bakplaat was geboren. Het ding besloeg weliswaar zowat de halve tafel, maar dat was eigenlijk best handig. En zo zaten we niet lang daarna gezellig met z’n viertjes te tafelen.

Als je je zo focust op het kokkerellen, heb je niet direct aandacht voor de rest om je heen. Totdat een van ons opmerkte “Zo hee… kijk nou hoe mistig het is geworden!” Nu pas viel het ons allemaal op. Wow, wat rokerig. En ook zo warm ineens. Doe maar geen blok meer op de haard, zei ik. Pfff… zelfs mijn benen gloeien, voelen jullie dat ook? Ja, de anderen voelden dat ook. Laten we de tafel maar afruimen, we zijn toch klaar nu. Dan kunnen we daarna op ons gemak nog wat ijs eten, stelde ik voor. Misschien de balkondeur even open om de boel een beetje door te laten waaien? Het volgende moment was als in een film. Terwijl eentje met de paella pan richting keuken verdween, tilde een ander de gril van tafel gevolgd door een luide kreet. Oooohhhhh…. Nee! Kom! Kijk! Wat is dit nu?! Resten zwart tafelkleed kleefden aan de onderkant van de gril. Zwart? Wat nou zwart, het kleed was toch rood? Een groot brandgat, dat was het. In één ruk trok ik de rest van het kleed van tafel en een paar secondes stonden we alle vier sprakeloos met grote ogen naar de plek te kijken waar de gril had gestaan. Het was alsof daar een meteoriet was ingeslagen. Een groot brandgat dwars door de tafel omlijst door een smeulende zwarte roetrand. In een reflex liep degene met de gril waar flarden tafellaken aanhingen de gang op om het ding daar zo lang naast de trap te parkeren. Een ander wilde de deur opendoen, struikelde over een reep tafelkleed en vervolgens donderde daardoor de gril met een luid kabaal de trap af. We keken ‘m verbijsterd na. In salto’s beschadigde de metalen punten van de gril de bekleding van meerdere traptredes en liet uiteindelijk beneden aangekomen als klap op de vuurpijl ook nog eens een winkelhaak in de Novilon vloerbedekking achter. Onze begeleidende Oh’s en Ah’s waren hierbij niet van de lucht, daarna volgde een korte stilte en toen schoten we alle vier in een lachstuip.
Het was een zwarte kerst. Alles was zwart geblakerd, zelfs de hele onderkant van de tafel. We mochten van geluk spreken dat we “op tijd” gestopt waren, als we door waren gegaan had het ding zich smeulend en al op onze schoten gestort.

Daags na de kerst belde ik met onze verzekeringsagent. Ik vertelde wat er was gebeurd. De dame aan de andere kant van de lijn had duidelijk moeite om haar lach in te houden en verontschuldigde zich daarvoor. Het spijt me van uw zwarte kerst, maar het is eigenlijk ook wel een beetje komisch… Ze vroeg naar de schade, die ik prompt opsomde. Vervolgens kreeg ik te horen dat de tafel, het tafelkleed en de gril werden vergoed. De beschadigde bekleding van de trap en die aan het Novilon niet. Want, zo werd mij verklaard, “Dat is collateral damage en daar kunnen wij niets mee”.

Dit jaar met kerst zitten Don en ik écht samen op de bank, hopend dat –ie wit is. We doen niets bijzonders en houden het simpel. We zijn blij dat we het jaar doorgekomen zijn. En gek genoeg ben ik blij met mijn ‘personal collateral damage’, ik kan daar wél wat mee. Zonder stoma had ik immers niet behandeld kunnen worden en ben ik er nog. Dus kerst… kom maar op!


Schrijfdamesverhaal: Collateral Damage, door Bonnie Groenewout – december 2016

donderdag 8 december 2016

Zeeuws Meisje


De komende weken waan ik me als Zeeuws Meisje. Niet zo zeer in de zin van "Ons bin zunig", maar meer om die grote Zeeuwse kap, met oogkleppen -of wat het ook voor dingen zijn.
Oogkleppen om tijdelijk selectief blind te zijn. Struisvogel-kop-in-het-zand had ook gekund, maar dan zie en beleef ik helemaal niets en dat is nou ook weer niet de bedoeling.

Vanmorgen was ik in de Daniel voor de uitslag van de CT scan die ze tien dagen geleden hebben gemaakt. Don was mee, het verkeer ook en dus waren we er ruim op tijd. Erg lang hoefden we niet te wachten, we werden vrijwel direct naar binnen geroepen. Kwestie van een paar minuten -zo leek het- en zo stonden we binnen no time weer op de gang. De chirurg vertelde dat de scan had laten zien dat er wat kleine vlekjes op mijn lever zitten en daar waar de endeldarm is verwijderd zit een verdikking. Hij keek daarbij bedenkelijk en verklaarde: "Dat kunnen littekens zijn, maar dat is niet te zien op een CT scan. Ik wil uitsluiten dat het uitzaaiingen zijn en voel me daarom verplicht om u verder te laten onderzoeken". Ik heb nog aangekaart dat het vlekje op mijn lever bij de allereerste scan, toen ik mijn diagnose kreeg, ook zichtbaar was. Er werd toen direct een echo gemaakt en daaruit bleek dat het om een soort onschuldig littekenweefsel ging. Dus ja... logisch toch dat dat vlekje nu ook weer zichtbaar is? "Kan zijn", vond de chirurg, "maar in combinatie met uw CEA waardes die in korte tijd gestegen zijn... hm.... ik durf er nu niets over te zeggen". En dus moeten er twee MRI scans gemaakt worden, eentje van mijn lever en eentje van mijn bekken. De uitslag wordt dan eerst met het medisch team besproken en daarna krijg ik 'm pas, met het eventuele vervolgtraject -als dat al aan de orde is.  "Helaas kan ik u op dit moment geen zekerheid geven" verontschuldigde de arts zich nog. Tja... jammer, maar het is niet anders. Verder heeft hij nog even een blik op mijn onderkant geworpen. Dat was net zo kort maar krachtig. "Aha, hm hm. Ja, ik zie het...daar zit een breuk" Dat had ik inmiddels zelf ook al bedacht, gezien de zwelling die hinderlijke vormen heeft aangenomen en het zitten/staan erg bemoeilijkt. En wat moet daar dan mee? Ook daar wordt naar gekeken op de MRI scan en besproken wat daarmee kan of moet. Dus ook daar geen uitsluitsel over op dit moment. 
Om een afspraak te kunnen plannen op 1 dag voor beide scans moest even gepuzzeld worden. Uiteindelijk ben ik vanmiddag gebeld en hebben ze een combi kunnen maken, echter dat kan dan alleen in het Erasmus MC in het centrum van Rotterdam. Pfff.... wéér een ander ziekenhuis. 
Op 25 januari worden er 2 scans à drie kwartier gemaakt en op 2 februari krijg ik dan de uitslag in de Daniel.
Wachten dus. Er zit niets anders op. En me vooral niet druk maken. Oogkleppen op tot die tijd, vandaar dat Zeeuwse.  Me druk maken heeft geen zin en ga ik ook niet doen, praatjes hou ik toch wel: ook Zeeuws. Babbelaar ;-)

En voor wie denkt dat ik vandaag niets ben opgeschoten.... Jawel hoor, toch wel. Ondanks al het gepiep, zijn mijn longen dus wel schoon. Nou, da's mooi toch? Daar doe ik het voorlopig mee en ga eerst maar kerst en oud- en nieuw vieren.