vrijdag 2 juni 2017

Ansje

        
1967                                                                       2017     

Nee, ga maar niet rekenen, hou het maar op lang geleden. De afsluiting van de fysio-vierdaagse die ik gisteravond met een heuse medaille omgehangen kreeg van de burgemeester, was aanleiding om me te bedenken wanneer ik de vierdaagse voor het laatst had gelopen.
Nou, in 1967 dus! Dat was in Eibergen met onze klas van de lagere school Op d'n Esch. Op de foto naast mij loopt Ansje Monsjou, mijn toenmalig vriendinnetje. Onze vaders waren collega militair. Eerst woonden we beiden in Gorinchem, tot onze gezinnen tegelijkertijd werden overgeplaatst naar de Achterhoek. alwaar onze vaders vanuit Kamp Holterhoek gingen 'opereren'. Defensie had in die tijd in een nieuwbouwwijk een aantal dienstwoningen ter beschikking gesteld en zo woonden we niet alleen bij elkaar om de hoek, maar gingen we ook samen naar dezelfde school. Onafscheidelijk waren we. Lief en leed deelden we, lazen elkaars dagboek en deden ons best om de aandacht te trekken van het andere geslacht. Ja, toen al ja. Ansje was altijd net even mondiger dan ik, spontaner, vrijer en heldhaftiger. Ik was verlegen, terughoudend en durfde niet zo veel. Meestal spande ik Ansje voor mijn karretje. Ansje was ouder, zij was op 4 juni jarig, ik op 5 juli. We schelen maar één maandje hoor! zei ik altijd, waarop zij dan grijnsde "Maar toch blijf ik altijd ouder dan jij! Je kan me nooit inhalen!"

Ik wou dat het zo was, lieve Ansje! Ik wou dat jij nog steeds ouder was dan ik. Ik wou dat jij overmorgen ook zestig zou worden. Wie had ooit gedacht dat ik jou toch zou inhalen.....

Na onze verhuizing van Eibergen naar De Lier, alwaar papa in Het Schefferskamp werd gelegerd, verwaterde onze vriendschap. Door de grote afstand konden we elkaar niet zo makkelijk bezoeken. We schreven elkaar en ook dat werd minder. Tot we op een kwaaie dag in mei 1977 overdonderd werden door een telefoontje met de schokkende woorden: "Ansje zit in de trein!"  De wereld stond even stil, het was hotnews. Molukkers hadden een trein gekaapt bij De Punt in Drenthe. Ansje had niet in die trein moeten zitten, maar ze zat er wel....onderweg naar Groningen waar zij toen studeerde. Het kon gewoon niet waar zijn! Dagenlang volgden we het nieuws op de voet. Ik wist dat ze jarig was en hoorde dat kapers een taart voor haar geregeld hadden. Maar wat heb je nou in s hemelsnaam aan een taart als je gegijzeld wordt?! Het waren dagen vol spanning en voor haar machteloze ouders niet te bevatten. Een al foute film ontaarde in een horrorscenario. Op de slopende dag van de bevrijding schijnt vader Monsjou opgelucht en overgelukkig geroepen te hebben "Ze zijn vrij! Ze zijn vrij!" Enkele seconden later hoorde hij dat Ansje het niet had overleefd. Van de twee passagiers die geraakt waren door een ware kogelregen, was zij er één...

Jouw naam klinkt niet meer zo vaak, maar ik noem hem nu in memoriam and in loving kindness: 

Ansje Monsjou

Mijn medaille is voor jou.

 

woensdag 31 mei 2017

Schrijfdames


We hebben geen officiële naam, maar onze groepsapp heet zo:  Schrijfdames. Dat is wat we doen en wat ontstaan is uit een  -voor mij- grappige start. Inmiddels is het al weer een paar jaar geleden toen ik door Ria werd gebeld met de vraag of ik schrijven ook zo leuk vond. Ja best wel. “Nu, er wordt een workshop Sprookjes Schrijven gegeven, lijkt jou dat ook leuk? Zullen we ons opgeven?” Daar had ik wel oren naar en meteen doemden roze prinsessen, groene draken en witte prinsen op knappe paarden voor me op. Gezellig!
Wat schetste onze verbazing en lichte teleurstelling toen we vernamen dat het een workshop voor kinderen was. Aahhh… was dat nou even jammer. Aan de andere kant… er schuilt altijd wel ergens een kind in ieder mens. En zo kwam het dat we toch aanschoven en onze fantasie de vrije loop konden laten gaan. Zo leuk en zo geslaagd! Weer eens wat anders. Of we dit vaker wilden doen, vroeg “juf Angela”, maar dan misschien in een andere vorm sowieso met een groepje volwassenen. 

Aldus startten we met wat dames, de een ging en de ander kwam. Uiteindelijk bleef er een vaste kern over en komen we nu nog altijd eens in de zes weken –dat is wel het streven- bij elkaar. Dan lezen  we elkaar onze schrijfsels voor en reageren daar op. Het is afwisselend, van alles passeert de revue. Het is veel meer dan een ‘ordinair schrijfclubje’ geworden. We delen een stukje van onszelf via proza en poezie, soms met een traan maar veel vaker met een lach. Ik ervaar het als een bijzondere bijeenkomst, met net zulke bijzondere dames. Ik kijk er steeds met plezier naar uit.

Vanmiddag is het weer zover. En ja… natuurlijk moet ik nog iets in elkaar flansen. Zo gaat dat bij mij nou altijd. Weken de tijd, ideeën zat, maar schrijven: ho maar. Altijd op het laatste nippertje. Zo was het vroeger op school al. Huiswerk werd in het weekend pas op zondagavond snel gemaakt. “Dan zit het nog vers in mijn hoofd!” wist ik mijn zuchtende moeder te overtuigen.  Opstellen waren mijn favoriet. Op de lagere school werden mijn verhaaltjes voorgelezen door de juf of meester en later op de middelbare werd mij gevraagd of ik dat zelf wilde doen. Jammer dat ik er niet een van heb bewaard. Volgens mij ging het nergens over, maar toch trok het op de een of andere manier wel de aandacht. Zij gaat vast de journalistiek in, heeft mijn leraar Nederlands wel eens hoopvol aan mijn ouders geopperd tijdens een tienminuten-gesprek. Maar nee, ik belandde na Schoevers als stewardess bij Botel Cruises die over de Rijn voer met internationale gasten aan boord. Om daarna nog een bonte verzameling aan banen aan mijn CV toe te voegen. (Ik wilde overigens naar de toneelschool. Of ik wel helemaal bij mijn volle verstand was, bulderde mijn vader. Mijn moeder zei wijselijk niets en meldde mij gewoon aan bij Schoevers, want “Dan heb je altijd een baan” –en achteraf bleek dat ook zo te zijn….)

Mijn ‘passie’ voor schrijven is gebleven. Nu eens een stukje dagboek, dan weer iets wat ik op het werk meemaakte, of zomaar een verzinsel. Later werden dat mijn scripties en officiële rapportages. Ik haal inspiratie uit de gekste dingen, maar soms komt er niets en als dan toch….dan meestal midden in de nacht. Een tijdje lag er pen en papier op mijn nachtkastje, onder andere om ook mijn dromen te kunnen noteren in steekwoorden. Om Don dan niet wakker te maken, deed ik dat in het donker. De andere ochtend kwam het meermaals voor dat mijn tekst dan met slechts enkele woorden op het papier terecht was gekomen, de rest prijkte op het nachtkastje. Ik ben er maar mee gestopt.

En nu? Nu blog ik ‘ineens’, alhoewel ik waarschijnlijk niet de officiële regels van het bloggen handhaaf -als die er al zijn. Dat zou dan een vaste frequentie moeten zijn, geloof ik. Nou, die heb ik dus niet. Eigenlijk weet ik niet eens hoe het precies werkt en zou ik me er eens echt in moeten verdiepen. Het voornaamste is dat ik al lang blij ben dat ik iets -dat begin 2016 is ontstaan- de ether in geslingerd krijg. Aanvankelijk bedoeld om een update te geven aan bekenden die wilden weten hoe het met mijn gezondheid ging. Zo’n blog leek me wel handig in plaats van het afzonderlijk beantwoorden van de vele e-mails. Van het een kwam het ander. Steeds als ik dacht dat het wel genoeg was zo, kwam dan de vraag van meerdere kanten “Wanneer schrijf je weer eens iets?” Ik bleek een paar ‘fans’ te hebben die er gewoon naar uitkeken. Het werd gelezen met een lach en een traan. Sommigen herkenden wat ik schreef en anderen beleefden er gewoon plezier aan, ook al waren mijn teksten soms best beladen.
“Je moet gaan schrijven!” werd mij meermaals gezegd, waarbij ik me dan afvroeg: wat doe ik nu dan?  ;-)

Ik overweeg al een tijdje om ‘iets’ met mijn schrijfsels te willen. Wat dat ‘iets’ is, weet ik eigenlijk niet zo goed. Bundelen misschien? Een aparte categorie “Verhalen van de werkvloer”? Mijn blogs herschrijven en er één geheel van maken? Uitgeven in eigen beheer? De ene keer denk ik het te weten en de andere keer twijfel ik. Wie zit er nou op een Nep-en-Niet-Daphne-Deckers te wachten ? Als zij schrijft dat haar man Richard iets doet is de wereld geboeid. Als ik schrijf dat man Don de buitenkant van ons hele huis in zijn eentje heeft geverfd, dan interesseert niemand dat een hol.  Alhoewel ik er best iets smeuïgs van zou kunnen maken hoor: balkon lichtgrijs geverfd – kat van de buren trippelt langs – buren nieuw bankstel: zwart met lichtgrijze stippen, zoiets dergelijks.


Ach, het heeft allemaal geen haast. Komt tijd, komt raad. Al met al heb ik nu in ieder geval mijn stukje tekst voor vanmiddag weer bij elkaar geschraapt en blijf ik in eerste plaats maar gewoon Schrijfdame ;-)

maandag 29 mei 2017

Kijk mama, geen gaatjes!


Vanmorgen vroeg moest ik al bij de tandarts zijn, die zit in De Lier. Controlebeurtje: geen gaatjes. Niet zo verwonderlijk, twee derde van mijn eetgerei is reeds vervangen door onverwoestbaar tupperwareplastic. Door de chemo is de conditie van mijn gebit nog harder achteruit gehold dan het al was door jarenlang overmatig penicilline gebruik in mijn kindertijd. Gaten vallen er niet, maar wel complete tanden. Zomaar. Dan breekt er eentje pardoes af en valt als het mee zit zo uit mijn mond op mijn bordje. Maar als het tegen zit verdwijnt -ie met genomen hap en al mijn slokdarm in en als het dán meezit, werkt Zakkelien 'm weer naar buiten. Enfin, dit alles terzijde (pfffff)

Normaliter ga ik na zo'n bezoekje aan mijn tandenman even langs mijn moeder voor een theetje en een tweede ontbijtje. Meestal werk ik voor vertrek thuis al een snelle boterham naar binnen, maar dat telde op de een of andere manier bij mijn moeder nooit. De verwachte vraag bij binnenkomst "En hoe was het?" was standaard iets in de trant van "Heb je al ontbeten?" Voor "ja mam" was ze (oost)Indisch doof, drie, vier of nog meer keren herhalen heeft totaal geen zin. 
Vandaag was ze niet thuis. En dat zal ze ook nooit meer zijn. Gek idee. Nog altijd. Wat zou ik nu zo in de vroege uurtjes vlak bij mijn niet meer ouderlijk huis? 

Naar Maassluis dan maar weer. Of toch maar niet? In plaats van afslag Rotterdam, nam ik die van Hoek van Holland. Kan mij het schelen. Misschien was het daar nog wel rustig zo op de vroege maandag morgen. En ja, dat was het. Heerlijk om even zeelucht te snuiven en zand te happen met mijn Rollz.
Een ex-collega van mij die ook ex marinier was, riep altijd Quo Patet Orbis!! En daar moest ik meteen aan denken.... zo wijd de wereld strekt...... What a wonderful world....


Terwijl in alle strandtenten bedrijvigheid heerste om alle strandgasten straks te verwelkomen, vond ik een plekje waar al wat vroege vogels aan de koffie zaten. Ik waande me even in het buitenland, ook al is het zeker zo'n twintig jaar geleden dat ik voor het laatst Grieks zand tussen mijn tenen voelde. Mmmm lekker.... calamaria, ouzo, bouzouki's.... Een snerpend "Doe mij maar een bakkie en een tosti.." haalt mij terug naar het strand van de westkust, waar ze doorgaans kuilen graven. 
Terug naar de realiteit. Naar huis maar weer. Ik geniet nog even van mijn laatste slokje thee samen met een brutale mus die de kruimels van mijn smakeloze te lang bewaarde verpakte saaie koek nog wel lekker schijnt te vinden. Jammer, ik denk dat ma een eitje voor me gescrumbled had. 



maandag 17 april 2017

Twee paasdagen

      ..... 1 jaar later....    

Nee hoor, geen Zoek De Zeven Verschillen, want: appeltje-(paas)eitje, die zijn zo gevonden -dus doe maar niet. Het is alweer Pasen...alsof de vorige keer gisteren was. Waar is een heel jaar gebleven? En wat is er allemaal gebeurd?! Ups, downs, nog meer downs en nu slowly weer up. Ik weet wel dat het geen zin heeft om steeds maar terug te kijken, wat geweest is is geweest. Het leven is Nu. En toch kijk ik zo af en toe nog even om, al was het alleen maar om me te realiseren hoe ik er op dit moment voor sta: letterlijk stevig in het hier en nu en met mijn beste beentje voor. Zat ik vorig jaar met Pasen in mijn laatste chemo/radiatie-dagen worstelend om aan te sterken en iets van voeding naar binnen te krijgen, zo zit ik deze Paasperiode in de laatste revalidatie-fysio dagen en heb "een aardig buffertje" weten op te bouwen.

Afgelopen december is mijn eetlust weer aan komen waaien en omdat ik niet wist of ik nog verder behandeld zou worden of dat er wellicht een hersteloperatie plaats zou vinden, bedacht ik me dat ik wel wat reserves kon gebruiken. Nu gebeurt er niets van dat alles...en daar zit ik dan met mijn overtollige eiwitten en koolhydraten gehuld in een maatje meer. Duh! Het mooie weer nadert en mijn garderobe van de afgelopen zomer bestaat uit chemosizejurkjes, klaar om gedragen te worden. Eehhhmmm.....
Helaas is alles vervangen geen optie, mijn IBAN laat dit niet toe. Het alternatief is dus: het mag minder gewichtig. Dat wordt dan een mooi After Easter Project. Maar vandaag nog niet. Ergens heb ik nog eitjes met hazelnootjes meende ik. Puur en dat is een natuurlijk antibioticum zo heb ik ergens gelezen, Net zo goed als dat ik ergens las dat cacao bonen zijn, groente dus en ook goed lijkt mij. Waar liggen die dingen? Ik ga zoeken, want dat is per slot van rekening wat je doet met deze dagen.

Fijne paasmaandag iedereen!

.



Whoehaaaa..... deze is in het kader van de herkenning  ;-)
(afgelopen dinsdag zijn er buisjes in mijn oren gezet... ik oor nog steeds niet zoveel)

dinsdag 28 maart 2017

? Raadselachtig ? Wereldwonder ?


De chirurg kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan. "Ik sta voor een GROOT raadsel" zegt hij."Op de scan is niets te zien, behalve dan dat ene vlekje op uw long, maar dat zat er al. Uw CEA waarde is gedaald naar 3. Ik begrijp hier totaal niets van. Als u mij zegt hoe u dat voor elkaar heeft gekregen, wilt u mij dan zeggen hoe u dat doet?" en verder: "Voelt u niets? Heeft u ergens last van? Gebruikt u medicatie? Aha, hm hm. Tsja..."

Dus??? Als hij het al niet snapt, hoe moet ik het dan allemaal begrijpen? Het onmogelijke, ondenkbare, onwaarschijnlijke en onverklaarbare is geschied. Van 18 is mijn waarde nu 3. Dat is een enorm verschil. 3 is een mooi getal, zeker als je bedenkt dat de waarde tussen 0 en 5 moet zijn. Precies goed zou je denken. Op de scan niets waarneembaar, ook goed zou je denken... en toch.... de chirurg bleef behoudend. Wat moet je hier nu mee? In ieder geval over drie maanden dan maar weer bloedprikken en opnieuw door de molen: darmonderzoek. 

Op mijn prangende vraag of er nu dan wel een mogelijkheid is om geholpen te worden aan de zwellingen door mijn breuken, antwoordde de arts net zo behoudend. Het is wel duidelijk dat hij daar geen voorstander van is. Ten eerste is het een lastige operatie die risico's met zich meebrengt. De kans op complicaties is groot en de kans van slagen schatte hij in op 70% - met alle naweeën van dien. De vraag of het verbetering oplevert blijft. Liever zo laten, zeker in deze fase waarin het toch nog onzeker is allemaal -zo zei hij. Er mee leren leven dus, is mijn vertaling. 

Maar goed, de uitslag is dus een soort van positief. Denk ik. Ik ben blij. Denk ik. En met dat gemengde gevoel verlaten Don en ik de Daniel den Hoed. Eenmaal in de auto passeert alle tekst nog even de revue en blijf ik hangen op dat zinnetje met "vlekje op uw long". Dan realiseer ik me dat die nieuw is voor mij. Op mijn long?! Dat ding zat toch op mijn lever??? Ah joh, opperde Don nog, dat was een verspreking van hem, hij bedoelt je lever natuurlijk. O ja, is dat zo? Hij zei toch echt long. Het laat me niet los en als ik thuis kom is het eerste wat ik doe: bellen met de afdeling. De secretaresse komt er niet uit en gaat het navragen...tiktaktiktak....vervolgens klinkt de stem van de chirurg aan de andere kant van de lijn. Hij legt mij uit dat het om een minuscuul vlekje gaat op mijn long, dat de vorige keren ook al is geconstateerd maar niet verontrustend. Dat vlekje is niet groter geworden en kan geen kwaad. Aha, goed om te weten, ik parkeer 'm maar ergens achterin.

De rest van de dag is Don vrij. Het is prachtig weer. Toch maar even samen genieten en "iets" vieren, Denk ik. En ondertussen realiseer ik me dat niets 'standaard' is bij mij. Als je als een soort wereldwonder bent geboren, dan zul de de rest van je leven de wereld blijven verwonderen... Ik ben nummer acht. Denk ik....



donderdag 9 maart 2017

Bonnie beweegt




Bonnie Groenewout
door beweging bewogen
door dans bevlogen

Een haiku die op mijn lijf geschreven is.

Als geen ander weet ik hoe dans letterlijk en figuurlijk beweging in een mens brengt  en als geen ander ben ik bekend met het samenspel tussen dans en muziek.

In mijn dansopleidingen leerde ik over de toegevoegde waarde van muziek in combinatie met dans en beweging. Ook door de jaren van ervaring ben ik me goed bewust geworden van de invloed van muziek in al haar vormen en maten. Zowel bij het geven van danssessies volgens de Querido Methode en bij  het geven van Sacrale Dans weet ik muziek toe te passen om een beweging meer kracht te geven, zodat de beleving intenser wordt.  

Soms is dat om beweging extra te kunnen aanzetten, of juist te verkleinen. Soms is het om een gewenst effect te bereiken of om een bepaalde emotie op te roepen. Soms is het doel om te ontladen; je lekker uit te leven of juist om rustig te worden. Soms om je te laten meevoeren in het ritme om balans te kunnen vinden in de cadans. En soms om schoonheid te ervaren, of plezier te beleven en om verbinding te voelen.

Een (lichamelijke)beperking hoeft geen probleem te zijn, het vraagt hooguit een aanpassing. Ieder beweegt immers op zijn of haar eigen unieke manier. Van goed of fout is geen sprake, alleen de beleving telt.

Begin 2016 werd ik overvallen met de diagnose kanker. Na een zwaar jaar van behandelingen,  overleven en revalideren, begint er nu langzaam een nieuwe dansfase in mijn leven te ontstaan. Het voelt als een uitdaging in mijn herstelproces om straks weer te kunnen dansen vanuit –en met- mijn eigen ontstane beperking. Mijn doel is om al mijn kennis en ervaring op dansgebied weer te kunnen overbrengen en te delen met anderen. Ik denk hierbij ook aan lotgenoten: samen bewegen op muziek om je verbonden met elkaar weer sterk te voelen. Aan enthousiasme ontbreekt het mij niet, ik doe mijn best en zal het laten weten zodra ik weer zover ben.

Ik zie er naar uit!


woensdag 8 maart 2017

Aan de barre


Nu ik in de wachtstand sta flitsen regelmatig allerlei gedachten door mijn hoofd. Niet dat ik aan het piekeren ben, maar ik heb alle tijd om over dingen wat meer na te denken. Spinsels en creatieve ideetjes borrelen in me op en vooral de gedachte: Oh ja, leuk! Straks ga ik weer…..(vul maar in)…

Of het nu door de fysio komt, of door de medicatie en vernevelaars, eindelijk is mijn neus weer ademvrij en is mijn longorkest met reces. Hierdoor kan ik eindelijk weer wat meer conditie opbouwen.  Het enige jammere is dat ik heel erg veel hinder en pijn ervaar aan die uitpuilende zwellingen die door het ontbreken van bekkenbodemspieren zijn ontstaan. Ik blijf het apart vinden dat ze daar toch geen vervanging voor kunnen verzinnen, of misschien is het er wel  maar is het te kostbaar (of kan het bij mij niet).  Hoe dan ook, ik doe mijn best. Een fitness circuitje was nooit zo ‘mijn ding’, toch doe ik braaf mijn rondje twee keer per week tijdens de fysio. Als ik voor de spiegel sta om met gewichtjes serietjes van 15 opvliegers te tellen kan ik het soms niet laten om er stiekem tussendoor een porte des bras van te maken –als niemand kijkt.

Tot nu had ik er de energie niet voor, maar zo langzamerhand begint het te komen:  ik wil mijn dansstudio wel weer in. Voorlopig even alleen, kijken wat mijn mogelijkheden zijn. Letterlijk kijken, want de gordijntjes gaan open en acht meter spiegelwand zullen mij confronteren met de  beperkingen van mijn inwendig gekwetste lichaam. Het is als een Volgende Fase.

Waar ik voorheen mijn balletoefeningen op eigen kracht kon doen, heb ik nu een houvast nodig om mijn balans te hervinden. Licht, maar toch aanwezig. Makkelijk te verplaatsen totdat ik datzelfde heb bereikt en me weer op eigen benen  staande kan houden.  In de dansstudio is geen ballet barre, dat heb ik nooit gewild juist om te stimuleren om zelfstandig in balans te blijven. Nu had het handig geweest, mijmer ik hardop. En zo werkt het als je elkaar meer dan dertig jaar kent. De één zegt een woord en de ander voegt daar een daad aan toe.  “Als we nou eens….” begon Don en eindigde na over-en-weer gebrainstorm met een mikado van PVC buizen op de vloer.  Het was toch bar weer, dus wat moet je anders op een vrije zondag ;-) T-stukje hier, bochtje daar….. et voilá la barre pour moi. Licht, verplaatsbaar en toch stevig genoeg om er mee uit de voeten te kunnen.  Nu mijn daad nog bij het woord. In ieder geval  staat ie alvast in de studio en zijn de eerste voorzichtige tendu’s geboren….
Ik ben er bar blij mee!