maandag 3 juli 2017

Elk nadeel...


Op z’n cruijffiaans gezegd: Elk nadeel heb z’n voordeel. Zo is het, maar soms moet je ‘even’ het  geduld op zien te brengen om er op te wachten. Het komt niet zomaar aanwaaien zeg maar, alhoewel het één binnen een dag rond is en op het volgende moet je ruim een jaar wachten.

Toen ik begin 2016 het traject inging van de operatieve geboorte van Zakkelien, direct gevolgd door 5 weken dagelijks chemoradiatie, bedachten wij hier thuis al dat het handig was om hulp in de huishouding in te schakelen. Ik wist toen nog niet in hoeverre ik dingen zelf zou kunnen oppikken met al mijn beperkingen. Don had zijn handen meer dan vol met zijn  meer dan fulltime baan in de winkel en het huishouden op zijn vaste vrije dag, daar kwam nu ook een deel van het zorgen voor mij bij. Hulp inschakelen. Ik kan daar een complete blog aan wijden, maar dat is nu mijn bedoeling niet, dus laaaaang verhaal kort: Wat jammer dat u geen kinderen heeft, maar gelukkig heeft u uw man en kunt u het samen oplossen. Ja maar mijn man is momenteel mijn mantelzorger, heeft hij dan geen recht op hulp? Nee mevrouw, uw man is uw echtgenoot en die mogen geen mantelzorger zijn van u als zijnde zijn vrouw. Hij mag dat bijvoorbeeld wel zijn van uw buurvrouw. Ha ha ha. Wij konden er niet om lachen. Ook niet met kiespijn. Wat was dit nu weer voor onzin. We werden in de wacht gezet, want er zou toch nog iemand naar onze situatie kijken. Afijn, ergens in augustus toen ik na mijn grote ingreep wel heel erg beperkt bleek hebben we zelf nog maar weer eens aan de bel getrokken. Ook dat haalde niets uit.  Uiteindelijk kwamen we er per toeval in februari van dit jaar achter dat de wet per 2017 veranderd is. Echtgenoten mogen nu ook officieel mantelzorger zijn van/voor elkaar. Aha! En zo volgden er nieuwe gesprekken, kwamen mensen in huis kijken, werd Don apart van mij gezien en gesproken en ei-ei-eindelijk….op 17 mei jl. kwam voor het eerst een dame van de Tzorg om twee uurtjes hulp te bieden in ons huishouden.  Dat is vanaf die datum iedere week. Twee uurtjes voor een huis van drie verdiepingen (…) Ik zeg niks, ik ben al lang happy.

Een paar weken terug was ook zo’n Happy Day. Ik kreeg van de DSW een bevestiging dat ik in aanmerking kom voor vergoeding van een Aan Functie Aangepaste (AFA)stoel. Tijdens mijn onco-revalidatie, eind vorig jaar, heb ik hierover steeds gesprekken gehad met mijn ergotherapeut. In het verleden werden zogenaamde sta-op-stoelen nog volop vergoed door verzekeraars, nu helemaal niet meer en zo werd de AFA stoel in het leven geroepen. Alleen bij hoge uitzondering wordt er nog wel eens een vergoeding toegewezen, maar dan moet je ook wel heel goed kunnen onderbouwen dat –en waarom- het een medische noodzaak is. Samen met mijn ergo heb ik een paar uur doorgebracht in zo een stoel bij een firma, die de stoel aanpaste waar ik bij zat. Vullinkje hier, leuninkje daar, hoofdkussentje erbij, beentjes omhoog… na een paar uur was het of ik zweefde –hoe heerlijk (en dat zonder morfine). Zij wisten precies onder woorden te brengen waar het aan schortte en wat ik nodig had om in mijn geval ‘normaal’ en vooral pijnloos te kunnen zitten. Hun verslag, plus een aanvraag van de ergo aangevuld met uitgebreide medische verklaringen van zowel de revalidatie arts als die vanuit de Daniel is vervolgens ingediend. Met als resultaat: Toegewezen! Heeft een paar maanden geduurd en ik zal er ook nog anderhalve maand op moeten wachten qua op maat maken en levering. Al met al kan ik dan straks ruim een jaar na mijn operatie eindelijk eens fatsoenlijk en lekker comfortabel zitten!

Zoals ik eerder schreef laten sommige dingen wat langer op zich wachten en soms is iets zo gepiept. Mijn invalide parkeerkaart is bijvoorbeeld zo’n snelle actie.  Bij het gemeentehuis een aanvraagformulier opgehaald, ingevuld en meteen weer ingeleverd. Ik werd prompt gebeld dat er een ‘uitvaller’ was en kon de volgende dag al terecht bij een keuringsarts van de GGZ.  De arts wierp een vluchtige blik over mijn medische gegevens, zei binnen twee minuten “Lijkt me volkomen duidelijk” en zette zijn handtekening bij het kruisje.  Een paar dagen later werd ik gebeld dat mijn kaart klaar lag om opgehaald te worden. 
Ik ben er een beetje verontschuldigend blij mee. Als er een beschikbare parkeerplaats is in de buurt waar ik moet zijn, parkeer ik mijn auto daar. Pas als dat niet het geval is, zet ik ‘m lekker dichtbij de in- of uitgang en gebruik ik mijn kaart. In het begin had ik het ongemakkelijke gevoel dat iedereen die mij zag uitstappen zou denken “O ja? En wat mankeert zij dan?” Een vraag die overigens meerdere keren aan mij gesteld is naar aanleiding van mijn wandelingetjes met mijn Rollz.  “Mevrouw, mag ik wat vragen? Is dat nou een rollator of een boodschappenkarretje?” Een rollator. “O? Maar u bent toch nog veel te jong om met zo’n ding te lopen? Watebbu dan?” Tsja…… Het gekke is dat als ik op een invalideplek uit mijn auto stap en vervolgens mijn Rollz onder de achterklep vandaan trek, dat ding als een soort verklaring werkt. Oh zij heeft zo’n ding, ja dan mag het wel.

Ach en zo probeer ik maar steeds de voordelen ten opzichte van de nadelen te zien, ook al zijn die soms nog zo klein (bij het invalidetoilet is nooit een rij en onlangs bij een evenement mocht ik als een van de eersten naar binnen en plaatsnemen op de voorste rij). 
Het klinkt bijna kinderlijk en simpel, maar toch…ik ben er blij mee!

vrijdag 2 juni 2017

Ansje

        
1967                                                                       2017     

Nee, ga maar niet rekenen, hou het maar op lang geleden. De afsluiting van de fysio-vierdaagse die ik gisteravond met een heuse medaille omgehangen kreeg van de burgemeester, was aanleiding om me te bedenken wanneer ik de vierdaagse voor het laatst had gelopen.
Nou, in 1967 dus! Dat was in Eibergen met onze klas van de lagere school Op d'n Esch. Op de foto naast mij loopt Ansje Monsjou, mijn toenmalig vriendinnetje. Onze vaders waren collega militair. Eerst woonden we beiden in Gorinchem, tot onze gezinnen tegelijkertijd werden overgeplaatst naar de Achterhoek. alwaar onze vaders vanuit Kamp Holterhoek gingen 'opereren'. Defensie had in die tijd in een nieuwbouwwijk een aantal dienstwoningen ter beschikking gesteld en zo woonden we niet alleen bij elkaar om de hoek, maar gingen we ook samen naar dezelfde school. Onafscheidelijk waren we. Lief en leed deelden we, lazen elkaars dagboek en deden ons best om de aandacht te trekken van het andere geslacht. Ja, toen al ja. Ansje was altijd net even mondiger dan ik, spontaner, vrijer en heldhaftiger. Ik was verlegen, terughoudend en durfde niet zo veel. Meestal spande ik Ansje voor mijn karretje. Ansje was ouder, zij was op 4 juni jarig, ik op 5 juli. We schelen maar één maandje hoor! zei ik altijd, waarop zij dan grijnsde "Maar toch blijf ik altijd ouder dan jij! Je kan me nooit inhalen!"

Ik wou dat het zo was, lieve Ansje! Ik wou dat jij nog steeds ouder was dan ik. Ik wou dat jij overmorgen ook zestig zou worden. Wie had ooit gedacht dat ik jou toch zou inhalen.....

Na onze verhuizing van Eibergen naar De Lier, alwaar papa in Het Schefferskamp werd gelegerd, verwaterde onze vriendschap. Door de grote afstand konden we elkaar niet zo makkelijk bezoeken. We schreven elkaar en ook dat werd minder. Tot we op een kwaaie dag in mei 1977 overdonderd werden door een telefoontje met de schokkende woorden: "Ansje zit in de trein!"  De wereld stond even stil, het was hotnews. Molukkers hadden een trein gekaapt bij De Punt in Drenthe. Ansje had niet in die trein moeten zitten, maar ze zat er wel....onderweg naar Groningen waar zij toen studeerde. Het kon gewoon niet waar zijn! Dagenlang volgden we het nieuws op de voet. Ik wist dat ze jarig was en hoorde dat kapers een taart voor haar geregeld hadden. Maar wat heb je nou in s hemelsnaam aan een taart als je gegijzeld wordt?! Het waren dagen vol spanning en voor haar machteloze ouders niet te bevatten. Een al foute film ontaarde in een horrorscenario. Op de slopende dag van de bevrijding schijnt vader Monsjou opgelucht en overgelukkig geroepen te hebben "Ze zijn vrij! Ze zijn vrij!" Enkele seconden later hoorde hij dat Ansje het niet had overleefd. Van de twee passagiers die geraakt waren door een ware kogelregen, was zij er één...

Jouw naam klinkt niet meer zo vaak, maar ik noem hem nu in memoriam and in loving kindness: 

Ansje Monsjou

Mijn medaille is voor jou.

 

woensdag 31 mei 2017

Schrijfdames


We hebben geen officiële naam, maar onze groepsapp heet zo:  Schrijfdames. Dat is wat we doen en wat ontstaan is uit een  -voor mij- grappige start. Inmiddels is het al weer een paar jaar geleden toen ik door Ria werd gebeld met de vraag of ik schrijven ook zo leuk vond. Ja best wel. “Nu, er wordt een workshop Sprookjes Schrijven gegeven, lijkt jou dat ook leuk? Zullen we ons opgeven?” Daar had ik wel oren naar en meteen doemden roze prinsessen, groene draken en witte prinsen op knappe paarden voor me op. Gezellig!
Wat schetste onze verbazing en lichte teleurstelling toen we vernamen dat het een workshop voor kinderen was. Aahhh… was dat nou even jammer. Aan de andere kant… er schuilt altijd wel ergens een kind in ieder mens. En zo kwam het dat we toch aanschoven en onze fantasie de vrije loop konden laten gaan. Zo leuk en zo geslaagd! Weer eens wat anders. Of we dit vaker wilden doen, vroeg “juf Angela”, maar dan misschien in een andere vorm sowieso met een groepje volwassenen. 

Aldus startten we met wat dames, de een ging en de ander kwam. Uiteindelijk bleef er een vaste kern over en komen we nu nog altijd eens in de zes weken –dat is wel het streven- bij elkaar. Dan lezen  we elkaar onze schrijfsels voor en reageren daar op. Het is afwisselend, van alles passeert de revue. Het is veel meer dan een ‘ordinair schrijfclubje’ geworden. We delen een stukje van onszelf via proza en poezie, soms met een traan maar veel vaker met een lach. Ik ervaar het als een bijzondere bijeenkomst, met net zulke bijzondere dames. Ik kijk er steeds met plezier naar uit.

Vanmiddag is het weer zover. En ja… natuurlijk moet ik nog iets in elkaar flansen. Zo gaat dat bij mij nou altijd. Weken de tijd, ideeën zat, maar schrijven: ho maar. Altijd op het laatste nippertje. Zo was het vroeger op school al. Huiswerk werd in het weekend pas op zondagavond snel gemaakt. “Dan zit het nog vers in mijn hoofd!” wist ik mijn zuchtende moeder te overtuigen.  Opstellen waren mijn favoriet. Op de lagere school werden mijn verhaaltjes voorgelezen door de juf of meester en later op de middelbare werd mij gevraagd of ik dat zelf wilde doen. Jammer dat ik er niet een van heb bewaard. Volgens mij ging het nergens over, maar toch trok het op de een of andere manier wel de aandacht. Zij gaat vast de journalistiek in, heeft mijn leraar Nederlands wel eens hoopvol aan mijn ouders geopperd tijdens een tienminuten-gesprek. Maar nee, ik belandde na Schoevers als stewardess bij Botel Cruises die over de Rijn voer met internationale gasten aan boord. Om daarna nog een bonte verzameling aan banen aan mijn CV toe te voegen. (Ik wilde overigens naar de toneelschool. Of ik wel helemaal bij mijn volle verstand was, bulderde mijn vader. Mijn moeder zei wijselijk niets en meldde mij gewoon aan bij Schoevers, want “Dan heb je altijd een baan” –en achteraf bleek dat ook zo te zijn….)

Mijn ‘passie’ voor schrijven is gebleven. Nu eens een stukje dagboek, dan weer iets wat ik op het werk meemaakte, of zomaar een verzinsel. Later werden dat mijn scripties en officiële rapportages. Ik haal inspiratie uit de gekste dingen, maar soms komt er niets en als dan toch….dan meestal midden in de nacht. Een tijdje lag er pen en papier op mijn nachtkastje, onder andere om ook mijn dromen te kunnen noteren in steekwoorden. Om Don dan niet wakker te maken, deed ik dat in het donker. De andere ochtend kwam het meermaals voor dat mijn tekst dan met slechts enkele woorden op het papier terecht was gekomen, de rest prijkte op het nachtkastje. Ik ben er maar mee gestopt.

En nu? Nu blog ik ‘ineens’, alhoewel ik waarschijnlijk niet de officiële regels van het bloggen handhaaf -als die er al zijn. Dat zou dan een vaste frequentie moeten zijn, geloof ik. Nou, die heb ik dus niet. Eigenlijk weet ik niet eens hoe het precies werkt en zou ik me er eens echt in moeten verdiepen. Het voornaamste is dat ik al lang blij ben dat ik iets -dat begin 2016 is ontstaan- de ether in geslingerd krijg. Aanvankelijk bedoeld om een update te geven aan bekenden die wilden weten hoe het met mijn gezondheid ging. Zo’n blog leek me wel handig in plaats van het afzonderlijk beantwoorden van de vele e-mails. Van het een kwam het ander. Steeds als ik dacht dat het wel genoeg was zo, kwam dan de vraag van meerdere kanten “Wanneer schrijf je weer eens iets?” Ik bleek een paar ‘fans’ te hebben die er gewoon naar uitkeken. Het werd gelezen met een lach en een traan. Sommigen herkenden wat ik schreef en anderen beleefden er gewoon plezier aan, ook al waren mijn teksten soms best beladen.
“Je moet gaan schrijven!” werd mij meermaals gezegd, waarbij ik me dan afvroeg: wat doe ik nu dan?  ;-)

Ik overweeg al een tijdje om ‘iets’ met mijn schrijfsels te willen. Wat dat ‘iets’ is, weet ik eigenlijk niet zo goed. Bundelen misschien? Een aparte categorie “Verhalen van de werkvloer”? Mijn blogs herschrijven en er één geheel van maken? Uitgeven in eigen beheer? De ene keer denk ik het te weten en de andere keer twijfel ik. Wie zit er nou op een Nep-en-Niet-Daphne-Deckers te wachten ? Als zij schrijft dat haar man Richard iets doet is de wereld geboeid. Als ik schrijf dat man Don de buitenkant van ons hele huis in zijn eentje heeft geverfd, dan interesseert niemand dat een hol.  Alhoewel ik er best iets smeuïgs van zou kunnen maken hoor: balkon lichtgrijs geverfd – kat van de buren trippelt langs – buren nieuw bankstel: zwart met lichtgrijze stippen, zoiets dergelijks.


Ach, het heeft allemaal geen haast. Komt tijd, komt raad. Al met al heb ik nu in ieder geval mijn stukje tekst voor vanmiddag weer bij elkaar geschraapt en blijf ik in eerste plaats maar gewoon Schrijfdame ;-)

maandag 29 mei 2017

Kijk mama, geen gaatjes!


Vanmorgen vroeg moest ik al bij de tandarts zijn, die zit in De Lier. Controlebeurtje: geen gaatjes. Niet zo verwonderlijk, twee derde van mijn eetgerei is reeds vervangen door onverwoestbaar tupperwareplastic. Door de chemo is de conditie van mijn gebit nog harder achteruit gehold dan het al was door jarenlang overmatig penicilline gebruik in mijn kindertijd. Gaten vallen er niet, maar wel complete tanden. Zomaar. Dan breekt er eentje pardoes af en valt als het mee zit zo uit mijn mond op mijn bordje. Maar als het tegen zit verdwijnt -ie met genomen hap en al mijn slokdarm in en als het dán meezit, werkt Zakkelien 'm weer naar buiten. Enfin, dit alles terzijde (pfffff)

Normaliter ga ik na zo'n bezoekje aan mijn tandenman even langs mijn moeder voor een theetje en een tweede ontbijtje. Meestal werk ik voor vertrek thuis al een snelle boterham naar binnen, maar dat telde op de een of andere manier bij mijn moeder nooit. De verwachte vraag bij binnenkomst "En hoe was het?" was standaard iets in de trant van "Heb je al ontbeten?" Voor "ja mam" was ze (oost)Indisch doof, drie, vier of nog meer keren herhalen heeft totaal geen zin. 
Vandaag was ze niet thuis. En dat zal ze ook nooit meer zijn. Gek idee. Nog altijd. Wat zou ik nu zo in de vroege uurtjes vlak bij mijn niet meer ouderlijk huis? 

Naar Maassluis dan maar weer. Of toch maar niet? In plaats van afslag Rotterdam, nam ik die van Hoek van Holland. Kan mij het schelen. Misschien was het daar nog wel rustig zo op de vroege maandag morgen. En ja, dat was het. Heerlijk om even zeelucht te snuiven en zand te happen met mijn Rollz.
Een ex-collega van mij die ook ex marinier was, riep altijd Quo Patet Orbis!! En daar moest ik meteen aan denken.... zo wijd de wereld strekt...... What a wonderful world....


Terwijl in alle strandtenten bedrijvigheid heerste om alle strandgasten straks te verwelkomen, vond ik een plekje waar al wat vroege vogels aan de koffie zaten. Ik waande me even in het buitenland, ook al is het zeker zo'n twintig jaar geleden dat ik voor het laatst Grieks zand tussen mijn tenen voelde. Mmmm lekker.... calamaria, ouzo, bouzouki's.... Een snerpend "Doe mij maar een bakkie en een tosti.." haalt mij terug naar het strand van de westkust, waar ze doorgaans kuilen graven. 
Terug naar de realiteit. Naar huis maar weer. Ik geniet nog even van mijn laatste slokje thee samen met een brutale mus die de kruimels van mijn smakeloze te lang bewaarde verpakte saaie koek nog wel lekker schijnt te vinden. Jammer, ik denk dat ma een eitje voor me gescrumbled had. 



maandag 17 april 2017

Twee paasdagen

      ..... 1 jaar later....    

Nee hoor, geen Zoek De Zeven Verschillen, want: appeltje-(paas)eitje, die zijn zo gevonden -dus doe maar niet. Het is alweer Pasen...alsof de vorige keer gisteren was. Waar is een heel jaar gebleven? En wat is er allemaal gebeurd?! Ups, downs, nog meer downs en nu slowly weer up. Ik weet wel dat het geen zin heeft om steeds maar terug te kijken, wat geweest is is geweest. Het leven is Nu. En toch kijk ik zo af en toe nog even om, al was het alleen maar om me te realiseren hoe ik er op dit moment voor sta: letterlijk stevig in het hier en nu en met mijn beste beentje voor. Zat ik vorig jaar met Pasen in mijn laatste chemo/radiatie-dagen worstelend om aan te sterken en iets van voeding naar binnen te krijgen, zo zit ik deze Paasperiode in de laatste revalidatie-fysio dagen en heb "een aardig buffertje" weten op te bouwen.

Afgelopen december is mijn eetlust weer aan komen waaien en omdat ik niet wist of ik nog verder behandeld zou worden of dat er wellicht een hersteloperatie plaats zou vinden, bedacht ik me dat ik wel wat reserves kon gebruiken. Nu gebeurt er niets van dat alles...en daar zit ik dan met mijn overtollige eiwitten en koolhydraten gehuld in een maatje meer. Duh! Het mooie weer nadert en mijn garderobe van de afgelopen zomer bestaat uit chemosizejurkjes, klaar om gedragen te worden. Eehhhmmm.....
Helaas is alles vervangen geen optie, mijn IBAN laat dit niet toe. Het alternatief is dus: het mag minder gewichtig. Dat wordt dan een mooi After Easter Project. Maar vandaag nog niet. Ergens heb ik nog eitjes met hazelnootjes meende ik. Puur en dat is een natuurlijk antibioticum zo heb ik ergens gelezen, Net zo goed als dat ik ergens las dat cacao bonen zijn, groente dus en ook goed lijkt mij. Waar liggen die dingen? Ik ga zoeken, want dat is per slot van rekening wat je doet met deze dagen.

Fijne paasmaandag iedereen!

.



Whoehaaaa..... deze is in het kader van de herkenning  ;-)
(afgelopen dinsdag zijn er buisjes in mijn oren gezet... ik oor nog steeds niet zoveel)

dinsdag 28 maart 2017

? Raadselachtig ? Wereldwonder ?


De chirurg kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan. "Ik sta voor een GROOT raadsel" zegt hij."Op de scan is niets te zien, behalve dan dat ene vlekje op uw long, maar dat zat er al. Uw CEA waarde is gedaald naar 3. Ik begrijp hier totaal niets van. Als u mij zegt hoe u dat voor elkaar heeft gekregen, wilt u mij dan zeggen hoe u dat doet?" en verder: "Voelt u niets? Heeft u ergens last van? Gebruikt u medicatie? Aha, hm hm. Tsja..."

Dus??? Als hij het al niet snapt, hoe moet ik het dan allemaal begrijpen? Het onmogelijke, ondenkbare, onwaarschijnlijke en onverklaarbare is geschied. Van 18 is mijn waarde nu 3. Dat is een enorm verschil. 3 is een mooi getal, zeker als je bedenkt dat de waarde tussen 0 en 5 moet zijn. Precies goed zou je denken. Op de scan niets waarneembaar, ook goed zou je denken... en toch.... de chirurg bleef behoudend. Wat moet je hier nu mee? In ieder geval over drie maanden dan maar weer bloedprikken en opnieuw door de molen: darmonderzoek. 

Op mijn prangende vraag of er nu dan wel een mogelijkheid is om geholpen te worden aan de zwellingen door mijn breuken, antwoordde de arts net zo behoudend. Het is wel duidelijk dat hij daar geen voorstander van is. Ten eerste is het een lastige operatie die risico's met zich meebrengt. De kans op complicaties is groot en de kans van slagen schatte hij in op 70% - met alle naweeën van dien. De vraag of het verbetering oplevert blijft. Liever zo laten, zeker in deze fase waarin het toch nog onzeker is allemaal -zo zei hij. Er mee leren leven dus, is mijn vertaling. 

Maar goed, de uitslag is dus een soort van positief. Denk ik. Ik ben blij. Denk ik. En met dat gemengde gevoel verlaten Don en ik de Daniel den Hoed. Eenmaal in de auto passeert alle tekst nog even de revue en blijf ik hangen op dat zinnetje met "vlekje op uw long". Dan realiseer ik me dat die nieuw is voor mij. Op mijn long?! Dat ding zat toch op mijn lever??? Ah joh, opperde Don nog, dat was een verspreking van hem, hij bedoelt je lever natuurlijk. O ja, is dat zo? Hij zei toch echt long. Het laat me niet los en als ik thuis kom is het eerste wat ik doe: bellen met de afdeling. De secretaresse komt er niet uit en gaat het navragen...tiktaktiktak....vervolgens klinkt de stem van de chirurg aan de andere kant van de lijn. Hij legt mij uit dat het om een minuscuul vlekje gaat op mijn long, dat de vorige keren ook al is geconstateerd maar niet verontrustend. Dat vlekje is niet groter geworden en kan geen kwaad. Aha, goed om te weten, ik parkeer 'm maar ergens achterin.

De rest van de dag is Don vrij. Het is prachtig weer. Toch maar even samen genieten en "iets" vieren, Denk ik. En ondertussen realiseer ik me dat niets 'standaard' is bij mij. Als je als een soort wereldwonder bent geboren, dan zul de de rest van je leven de wereld blijven verwonderen... Ik ben nummer acht. Denk ik....



donderdag 9 maart 2017

Bonnie beweegt




Bonnie Groenewout
door beweging bewogen
door dans bevlogen

Een haiku die op mijn lijf geschreven is.

Als geen ander weet ik hoe dans letterlijk en figuurlijk beweging in een mens brengt  en als geen ander ben ik bekend met het samenspel tussen dans en muziek.

In mijn dansopleidingen leerde ik over de toegevoegde waarde van muziek in combinatie met dans en beweging. Ook door de jaren van ervaring ben ik me goed bewust geworden van de invloed van muziek in al haar vormen en maten. Zowel bij het geven van danssessies volgens de Querido Methode en bij  het geven van Sacrale Dans weet ik muziek toe te passen om een beweging meer kracht te geven, zodat de beleving intenser wordt.  

Soms is dat om beweging extra te kunnen aanzetten, of juist te verkleinen. Soms is het om een gewenst effect te bereiken of om een bepaalde emotie op te roepen. Soms is het doel om te ontladen; je lekker uit te leven of juist om rustig te worden. Soms om je te laten meevoeren in het ritme om balans te kunnen vinden in de cadans. En soms om schoonheid te ervaren, of plezier te beleven en om verbinding te voelen.

Een (lichamelijke)beperking hoeft geen probleem te zijn, het vraagt hooguit een aanpassing. Ieder beweegt immers op zijn of haar eigen unieke manier. Van goed of fout is geen sprake, alleen de beleving telt.

Begin 2016 werd ik overvallen met de diagnose kanker. Na een zwaar jaar van behandelingen,  overleven en revalideren, begint er nu langzaam een nieuwe dansfase in mijn leven te ontstaan. Het voelt als een uitdaging in mijn herstelproces om straks weer te kunnen dansen vanuit –en met- mijn eigen ontstane beperking. Mijn doel is om al mijn kennis en ervaring op dansgebied weer te kunnen overbrengen en te delen met anderen. Ik denk hierbij ook aan lotgenoten: samen bewegen op muziek om je verbonden met elkaar weer sterk te voelen. Aan enthousiasme ontbreekt het mij niet, ik doe mijn best en zal het laten weten zodra ik weer zover ben.

Ik zie er naar uit!